Lachen met Martin Bril
Wat is dat, humor?
Humor bestaat altijd uit twee delen. Aan de ene kant is er sprake van een herkenbare situatie (een soort emotionele binding met het onderwerp) en aan de andere kant wordt er een verwachtingspatroon doorbroken. Daarnaast heeft humor vaak raakvlakken met seksualiteit of agressiviteit en speelt ook het superioriteitsgevoel van de humorist een belangrijke rol.
Humor is geen eenduidig begrip. Sekse speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol bij de waardering van humor. Mannen houden van woordspelingen en van seksueel getinte en etnische humor. Vrouwen vinden herkenbare, ingetogen humor leuker.
Ook persoonlijkheid is belangrijk. Intelligente mensen vinden gecompliceerde humor, bijvoorbeeld in de vorm van een lastig te ontwarren taalgrap..., vaak erg leuk. Van gesloten, introverte mensen is bekend dat zij veel minder gevoelig zijn voor humoristische stimuli. (Communicatie.net)
Humor zou je het ondergeschoven kindje in de Nederlandse literatuur kunnen noemen. Met name links Nederland heeft er nooit van gehouden, verdiepte zich met een zuur gezicht in stencils, doorslagen, rapporten en andere op democratische verheffing van het volk gerichte dorremensenpulp, zodat de enige linkse schrijver die over wat humor beschikte, Simon Carmiggelt, zich gedwongen voelde als een wat zwaarmoedige eenling langs de onverlichte Amsterdamse grachten te sloffen, op zoek naar stof voor zijn verhaaltjes, die juist vanwege al dat sloffen langs de grachten een ronduit sloffige indruk maakten, niet van je hallekidee, bedoel ik te zeggen, maar altijd met een lading Hollandse treurnis op de achtergrond, literaire drab en bagger, die van het werk 'literatuur' dienden te maken, niet hallekidee dus, maar 'ik vervaardig werk met een tragikomisch karakter...'- een terminologie die je zo in een hallekideeloos stukje van de immer serieuze literatuurprofessor Kees Fens kunt plaatsen.
Het lijkt wel alsof de schrijvers die wij na de oorlog geproduceerd hebben (een enkele uitzondering daargelaten) niks anders hebben gedaan dan een wereld scheppen waarin de lachende mens het leven onmogelijk wordt gemaakt. Alsof een wezen dat gillend van het lachen de ernstige warboel van het leven aan de kaak ligt te stellen niet een wonder van intellectuele relativeringzucht zou kunnen zijn. Want kijk, daar ligt het grote misverstand dat Nederlandse schrijvers in zijn ban houdt: men mist hier het vermogen zichzelf en de ander op een alles onthullende wijze in zijn blote gat te zetten, zodat het mogelijk is dat rare zeurpieten die de meest slome en slaapverwekkende verhalen op papier zetten (lachen met een paarse plastic wasknijper op de neus geklemd) op een kritiekloze wijze serieus genomen worden, zonder dat er ooit een schrijver in het geweer komt - vanuit het verlangen brutaal te zijn.
Humor, de echte humor dus, die de spieren van het gelaat op zo'n wijze laat samentrekken, dat het gelaat van de getroffene dierlijke trekken begint te vertonen, een welhaast decadent vervormingsproces dat de totale ontkenning is van de fatsoenerende beschavingszucht van totebellen, volksverlakkers en andere politici van progressief-rechtse huize, is een uiting van brutaliteit. Wie brutaliteit mist zal nooit het dier in de ander naar boven kunnen halen, zodat er diep in het binnenste van de mens een driftige, kankerende zuurpruim blijft zitten, die zichzelf hooguit kan vertalen in een sloffige (beter gezegd: stoffige) tragikomedie, waar je alles mee kunt doen, behalve gillend neerzijgen ter aarde - zoals de beestachtige oermens diep in onszelf dat zo graag wil.
Zoals het citaat hierboven stelt kan humor opgesplitst worden in twee soorten: de dierlijke humor (mannelijk) en de beschaafde humor (die vrouwelijk is). De dierlijke humor is voor het volk (een echte man is volgens die typering dus volks) terwijl de beschaafde humor bestemd is voor de elite (en die is vrouwelijk, of, in volkse termen uitgedrukt: die bestaat uit ouwe wijven ).
Wie dus humoristische verhaaltjes wil schrijven, die dient zich af te vragen welke doelgroep hij zal kiezen: schrijf je voor het mannelijke volk dat lachen wil, of schrijf je voor de ouwe wijven die beschaafd willen zijn?
Het is een problematiek die zelden aan de orde wordt gesteld in de bladen van de mensen die alles weten over kwaliteit, maar wanneer je anarchist bent (zoals ik), dan ervaar je het leven anders, en dan ontdek je zo de wortels van je eigen bestaan - en dan ontkom je er niet aan ook de oermens in jezelf aan het woord te laten en daar schaam ik me dus in het geheel niet voor.
De oermens wil geen ouwe wijven troep. Dat is de reden waarom ik in het verleden nooit veel op heb gehad met de literaire voortbrengselen van Volkskrantcolumnisten, omdat die mensen domweg niet de moed bezaten zich los te maken van de ouwe wijven die ons 'tragikomisch' willen laten zijn, sloffen langs onverlichte Amsterdamse grachten en dranketablissementen dus, zoals Paroolcolumnist Simon Carmiggelt dat zijn leven lang moest doen.
Ik heb vroeger vaak geluisterd naar voorleesverhaaltjes van hem op de VARA-radio. Die werden voorafgegaan door een stukje muziek dat ik wel weer mooi vond, omdat het niet komisch was, maar wel heel erg tragisch, en dat is dus heel wat anders, want tragisch is zowel mannelijk als vrouwelijk en als je goed tragisch bezig bent, dan kun je zelfs de meest dierlijke vent plat krijgen - als je dus maar weet waar je mee bezig bent - hetgeen dus voor alles geldt, dus ook voor humor, die pas echt mannelijk is, als je schijt hebt aan ouwe wijven!
Verslofte linkse schrijvers beheersen de literatuur! Dat is de reden waarom ik mij verzet. Omdat ik dus wat meer wil dan altijd maar geterroriseerd worden en omdat ik weet dat de enige mensen die terreur kunnen bezweren humoristen zijn, een bijzonder ernstige constatering dus (al met al), die bij me opkwam na het lezen van een column van Martin Bril, een schrijver dus die stukjes schrijft waarvan Francisco van Jole zegt dat ze alleen maar leegte uitdragen, maar waarvan ik stel dat ze heel diepzinnig kunnen zijn, mits de schrijver maar dierlijk durft te zijn, want wie dierlijk is komt altijd terecht in een overvolle wereld, die juist daarom vaak zo verwarrend is, omdat ouwe wijven er nooit enige orde in aanbrengen...
Francisco van Jole zou je met zijn eenzijdige veroordeling van 'het korte stukje' een oud wijf kunnen noemen. Niks geen ordenend halekidee-denken dus, maar beschaafd willen wezen in een wereld waaruit alles wat dierlijk is verdreven wordt, zodat beschaving 'laat de boel maar waaien- mentaliteit' wordt, een rechtse levensinstelling zou je kunnen zeggen, die Martin Bril voor het eerst in zijn columnistencarri re aan de kaak probeert te stellen met behulp van een literaire constructie die inspeelt op wat hierboven het mannelijke humorverlangen wordt genoemd: dubbelzinnige woordspelingen dus met een duidelijke dierlijk-erotische geladenheid, die juist daarom zo lachwekkend zijn, omdat ze gevat worden in een literair kader dat duidelijk getypeerd kan worden als 'ouwe wijven stijl'.
Dierlijkheid in een ouwewijvenjas werkt vervreemdend, en dat is nu juist wat mijn aandacht vestigde op het stukje van Martin Bril, omdat je gewend bent een gestandaardiseerd tragikomisch werkstuk voorgezet te krijgen, kompleet met fraaie literaire verwijzingen naar al die zaken die van de schrijver een tragikomische sukkel dienen te maken, zodat het plotselinge optreden van een man die de zure clich muts afzet je heel ineens van slag brengt, hetgeen nu juist bewijst dat hier een echte humorist aan het werk is, en dat is bepaald niet niks.
Alles draait om de tegenstelling ouwewijvenfatsoen - kinderen die een tosti willen nuttigen (truttiger kan het niet: een deftig links kind dat tosti etend naar de televisie film kijkt..) - en dierlijke volksnuchterheid: de vader die een vreemd pakketje in de ijskast ontdekt..: "Een Droge Worstschotel van Albert Heyn"...
Ik moet eerlijk bekennen dat de uitdrukking 'droge worstschotel' me van mijn stuk bracht. Een worstschotel op zichzelf is al bijzonder vreemd, wie treft er nu ooit zoiets aan in zijn ijskast?, maar dat het dan ook nog eens om een droge worstschotel gaat - tja..., dan kan ik niks anders doen dan al mijn nuchtere afstandelijkheid overboord zetten en de mannelijke oermens in mezelf vrij spel geven.
Vooral wanneer de schrijver door blijft zeuren..: De worstschotel bevat geen echte stoere mannenworstjes, van die rechte lullen dus, die zo linea recta de wijd geopende mond inglijden, maar balletjes...
"Knikkers eigenlijk", merkt de schrijver op, " worstknikkers...".
En dat is dus de vervreemding ten top gedreven. Dat een vervaardiger van tragikomische werkstukken het tragische deel in zichzelf volledig te grabbel gooit en ons uitgebreid gaat vertellen over een werkelijkheid die vanuit het oogpunt van de oermens in onszelf volstrekt absurd en idioot is, een beschavende verkrachting van het echte stoere worstgebeuren, dat natuurlijk nooit een verwijfd balletje kan zijn
Zodat ik - al met al - als een wijzer geworden mens de conclusie trok dat de criticus Francisco van Jole alleen maar daarom in een column leegte ontdekt, omdat hij nooit een schrijver heeft ontmoet die als schrijver antischrijver durft te zijn: een mens dus die door de ernst los te laten een zee van ernst oproept (Zwolle 13-12-2004)