De Drie Koningen
over de symboliek van drie koningen dag

 

"Ga dus alle volken tot mijn leerlingen maken, terwijl je hen doopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. En leert hun alles in acht te nemen, wat Ik je heb opgedragen." Mattheus 28:19



Wanneer er gesproken wordt over christendom, dan kunnen we niet de belangrijkste opdracht die de apostelen gegeven wordt negeren, te weten de taak mensen te dopen, d.w.z. 'gevoelig te maken'.
'Dopen met water' verwijst naar de astrologische watertekens: de tekens Kreeft, Vis en Schorpioen. Deze tekens worden ook wel mysterietekens of spirituele tekens genoemd.
Hun taak is het de mens op een zodanige wijze te beinvloeden dat ze bereid zijn 'de drie koningen' (de drie-ene God of triniteit) te dienen, in het evangelie aangeduid met de namen 'Vader, Zoon en Heilige Geest'.
Vanuit astrologisch gezichtspunt gezien is deze benaming onjuist, omdat Zoon & Heilige Geest bij elkaar horen (astrologisch: de in de dierenriem tegenover elkaar liggende tekens Boogschutter en Tweeling), zodat loskoppeling van die twee grootheden ertoe leidt dat de vierde persoon, de Moeder (die onlosmakelijk behoort bij de Vader, zoals Zoon en Geest bij elkaar horen) in het rijtje namen ontbreekt.

Over de drie koningen - astrologisch geformuleerd: de Koninklijke Planeten Maan, Satunus, Jupiter - die 'het goddelijke kind' eer willen bewijzen, gaat deze astrologische webpagina...

Voorwoord:

Wat we tegenwoordig 'christendom' noemen is weinig meer dan een opeenstapeling van quasidiepzinnige betogen, die als wankele filosofische ondergrond de Godverklaring van Jezus bezitten, hetgeen de verstandige, rationele mens ertoe beweegt alles wat zich christelijk noemt op een minachtende wijze terzijde te schuiven. Immers: wat kan de zin zijn van iets dat gebouwd is op onzin?
Waarom christenen zo hardnekkig vasthouden aan een mythe die volkomen in strijd is met de leer van zowel het oude als het nieuwe testament mag rustig onverklaarbaar worden genoemd, vooral ook omdat de profeet Mohammed in de zevende eeuw na Christus al heel duidelijk het primitief-religieuze idoliseringsverlangen van joden en christenen afwees en koos voor een universalistisch godsbegrip, dat zowel voor gelovige als niet gelovige mensen toegankelijk is.
Dat vrijzinnige godsbegrip (dat niets te maken heeft met de letterknechterij van de joodse, christelijke en islamitische orthodoxie) heeft geleid tot de opbloei van een intelligente moslimcultuur, die het Westerse denken honderden jaren lang op een positieve wijze heeft beinvloed.
Geloof en rede gingen hand in hand, terwijl ook het astrologische denken, dat ten grondslag ligt aan de belangrijkste mythen en sagen waarop de joods-christelijke geloofsmythen zijn gebaseerd, op een serieuze onbevooroordeelde wijze werd bestudeerd.
Juist dat astrologische wereldbeeld vormt de verbindende schakel tussen de intelligente, redelijke denkwereld van de grote klassieke beschavingen en het joods-christelijke denken, dat onzinnig is geworden vanwege de ontkenning van haar astrologische oorsprong, die je de reŽle basis onder het fictieve verhaal zou kunnen noemen.

Dat is de reden waarom hier de betekenis van de zogenoemde drie koningen symboliek wordt belicht, een rationeel doordenkingsproces, dat laat zien dat het woord 'christelijk denken' een volstrekt overbodig woord is wanneer we de mens zien als deel van een historisch (mogelijk zelfs kosmologisch) proces dat van hem een wereld- of kosmosbewoner maakt.

Astrologische duiding van het kerstverhaal

Volgens het Evangelie stond de geboorte van Jezus geschreven in de sterren. Het was de ster van Bethlehem die de geboorte van het Goddelijke Kind Jezus aankondigde.
Bij zijn wieg, een eenvoudige kribbe gevuld met wat stro (een symbool dat haaks staat op het keizerlijke denken waarvoor de Romeinse keizer-pausen kozen) stonden naast de os en de ezel, die met hun hete adem het kind een beetje warmte dienden te geven, drie wijze mannen, drie wijze mannen uit het Oosten, die gezien kunnen worden als allegorische voorstellingen van de planeten Maan (= de moeder, zorg), Saturnus, de zwarte koning, (= de vader, wet) en Jupiter (= de middelaar, geestelijke groei, het recht).
Deze planeten worden de autoriteitsplaneten genoemd (zorg, wet, orde) en het is daarom niet zo'n vreemde gedachte geweest van christelijke denkers om de waarden die bij deze planeten behoren vaste vorm te geven in het begrip 'Goddelijke Drie-eenheid', dat als verwijzing naar beschavende autoriteit gezien kan worden als het eeuwige, universele symbool van het Midden.

Juist vanwege deze humanistische triniteitsleer, die het zorgzame en beschermende (= amorele) Vader-Moeder-beginsel binnen het politieke denken introduceert, een beginsel waaraan het blinde, egoistische machtsdenken (gesymboliseerd in het Zoroastrische denken door een Leeuw die omstrengeld wordt door een Slang) ondergeschikt wordt gemaakt, is de astrologie de tegenpool van het Judaisch-farizeische monotheÔsme, dat God niet ziet als een allesomvattend levengevend autoriteitsprincipe, maar als een macht gevend voorwerp (God wordt verdingd, d.w.z. vertaald in niet-geestelijke voorwerpen, zoals 'het altaar', 'het boek', 'het land', 'het volk', 'de tempel', etc...) dat sterke, God bezittende mannen in staat moet stellen een streng-moralistische een-partij-staat in het leven te roepen, die juist omdat de ene God geen andere goden naast zich duldt in een permanente staat van oorlog verkeert met de buitenwereld: de wereld van de 'gojim', ofwel: de wereld van de eeuwig slechte (want "God' bedreigende) anderen.


In de Kabbala (joods-mystiek geschrift) en het Egyptische dodenboek wordt, naast de planeten Jupiter en Saturnus, de planeet Mercurius (Hermes, geest, intellect) als derde 'koning' genoemd. Mercurius verwijst naar 'de gnostische verlosser', de leraar met 'het schitterende verstand', die via zijn scherpzinnigheid en zijn onvermoeibare wil kennis te vergaren de mensheid verlicht.
Mercurius regeert het teken Tweelingen dat in de dierenriem tegenover het door Jupiter geregeerde teken Boogschutter staat.

Jezus, de Vrije, Magische Denker

"... de Toledot Yeshu vertelt ons de meest onfatsoenlijke details over een zekere Miriam, een kapster uit Bethlehem, die getrouwd was met een jongeman genaamd Jochanan,. Ze werd verleid werd door een libertijn, Joseph Panther of Pandira, en baarde daarop een zoon, die zij Johosuah noemde of Jeschu.
Volgens de Talmoedische auteurs van de Sota en de Sanhedrim, werd Jeschu tijdens zijn jeugd naar Egypte gebracht, waar hij werd ingewijd in de geheime leer van de priesters, en gaf hij zich bij zijn terugkeer in Palestina over aan het beoefenen van magie.
De Toledot Yeshu zegt dat Jeschu bij het bereiken van de mannelijkheid werd geconfronteerd met het geheim van zijn onwettigheid, waardoor hij uit de joodse gemeenchap werd verdreven en een tijdlang in Galilea een toevluchtsoord zocht. " (The Talmud & Jesus Christ)

Dat Jezus geen joodse godsdienstleraar was is een waarheid die christenen op een verbazingwekkend hardnekkige wijze weigeren te accepteren, hoewel het evangelie duidelijke verwijzingen naar het magische (of beter gesteld: het astrologische) denken bevat, terwijl ook de Talmoed (een bonte verzameling uitspraken en gedachten van religieus-joodse denkers), aangeeft dat Jezus een magiŽr was, die juist vanwege zijn afwijkende, ketterse uitspraken gewantrouwd werd door de gevestigde priesterklasse.
Religieuze orthodoxie (beperkend Ezraisme) en magisch denken (verruimend Babylonisch-astrologisch denken) zijn altijd vijanden van elkaar geweest, omdat de essentie van magisch denken 'individuele vrijheid' is, het recht van de enkeling een persoonlijke relatie aan te gaan met God, zonder tussenkomst van het regelgevende, gehoorzaamheid eisende priesterdom, dat zichzelf op een uiterst gemakzuchtige wijze vergoddelijkt via een reeks zinloze handelingen die met geestelijke bewustwording ('de tocht door de woestijn' die Jezus maakte) niets meer te maken heeft.
Magisch denken, kortom, is vrij makend denken, denken ook dat afstand innemen en alleen gaan staan (kiezen voor de woestijn-Jezus of het hooggebergte-Mozes) vereist, en het wordt in feite alleen maar daarom afgewezen omdat het weigert God te koppelen aan zich 'god' wanende autoritair-moralistische anderen, die het begrip ĎmonotheÔsmeí gebruiken om andersdenkenden te onderdrukken.

Elk jaar, op 6 januari, vieren katholieken
het feest van de drie koningen

Het is een feest dat herinnert aan de reis van de drie koningen Caspar, Balthasar en Melchior. Ze worden ook wel de drie wijzen uit het Oosten genoemd. Ze hadden veel verstand van sterren en konden de toekomst voorspellen. ln de bijbel staat dat ze op zoek waren naar de nieuwe koning van het joodse volk. Een heldere ster wees hun de weg naar het dorp Bethlehem. Daar vonden ze in een stal het pasgeboren kindje Jezus. Hij kreeg dure cadeaus van de koningen: goud, wierook en mirre.
Balthazar gaf Jezus mirre, een parfum waarmee doden werden ingewreven, om aan te geven dat Jezus zou lijden en sterven. Van Melchior kreeg Hij goud, ten teken dat Hij de Koning der Koningen zou zijn. Kaspar bracht wierook mee, ten teken dat Jezus zou worden geŽerd....


Drie Koningen
Een gedicht van Bertus Aafjes

Van mirre, van wierook, van klinkklaar goud
stonden hun mantels bol.
Maar de wind was tegen, de sneeuw was koud
en de wereld was daarvan vol.

En achter hen slonk hun koninkrijk
en voor hen zwol de nacht,
en een ster, die eerbiedig gehoorzaamd werd,
was het overschot van hun macht....


De opvatting dat er sprake moet zijn geweest van drie koningen is gebaseerd op een gedeelte uit het nieuwe testament waarin melding wordt gemaakt van drie geschenken.

  • Goud, symbool van koningschap, verwijzing derhalve naar de planeet Jupiter, die in de oudheid werd gezien als Koningsplaneet (vooral binnen het Zoroastrisme, dat Vuur-aanbidding centraal stelde)
  • Wierook, symbool voor gebed, eredienst, overgave en geestelijke zuivering: symbool voor het allesomvattende moederdenken van de Maan, en
  • Mirre, een kruid dat gebruikt werd bij het balsemen van doden, hetgeen moet worden gezien als een verwijzing naar de planeet van 'de goede dood': Saturnus - de 'zwarte koning'.

  • Zwolle 19 december I994,
    brief aan de redactie v/h ALGEMEEN DAGBLAD,
    t.a.v. Rex Brico,

    Beste Rex Brico,

    Jouw column van vandaag - Kerstmis tussen feit en fictie' - is voor mij het bewijs dat ernst en liefde wel degelijk kunnen samengaan.

    Erg fraai, de wijze waarop jij in je column over Kerstmis schrijft.
    Het is werkelijk een verademing om in je column te lezen dat het kerstverhaal ons wil vertellen dat 'Gods geest' niet gezocht moet worden onder de machthebbers en de welgestelden, maar tussen hen die buitengesloten worden en geen bed hebben om in te slapen.
    Daarmee plaats je je op het standpunt dat gezagsloos machtsdenken (een vorm van denken die de asociale sterke mens boven de gevoelige, sociale mens plaatst) 'zondebokdenken' is, waartegen stelling genomen moet worden door diegenen die het Leven en de Liefde serieus willen nemen.
    De term 'zondebokdenken' (machtigen die alles wat negatief is afwentelen op machtelozen) kom je in de artikelen van vooraanstaande Hollandse denkers zelden tegen.En toch is het niet zo moeilijk om dat zondebokdenken bloot te leggen.
    Wie bijvoorbeeld de liedteksten van EO-aanhangers goed bestudeert, die zal ontdekken dat daarin de opvatting dat 'christus' er is om het lijden, de pijn en het verdriet van de mensen op zich te nemen centraal staat.
    jezus is er niet om verwend en vertroeteld te worden, 'kind' te zijn, nee, hij is er om jouw leven in ontvangst te nemen - en dan vooral de negatieve kanten ervan (kruisdrager).
    Met andere woorden: Jezus moet de lasten van de mensen dragen. Men geeft hem geen liefde, zodat hij de mooie, kinderlijke kant in zichzelf kan ontwikkelen, nee, alles wat hij krijgt is pijn, eenzaamheid en verdriet - zodat hij alleen als lichamelijk wrak het recht op een beetje christelijke naastenliefde zal kunnen derdienen....

    De Wijzen uit het Oosten zaten anders in elkaar . Zij wilden het Kind eren - meer niet - en daarom brachten zij dat eenvoudige kind koninklijke geschenken. Mirre, wierook en goud.
    Want dat is natuurlijk de ware functie van eredienst: Het belangrijk maken van eenvoudige zaken die waardevol zijn in het leven - en niet het belachelijk maken ervan.
    Stel dat je moeder morgen jarig is. Je gaat niet naar de winkel om een bos bloemen te kopen. Nee, je stapt een SM-winkel en je koop daar een groot leren zadel voor haar.
    "Morgen lieve Ma, als je jarig bent, gaan we je berijden - een bit in je bek en sjokken maarÖ, of je het nou leuk vindt of nietÖ"

    Een dergelijke vorm van tegen de vrijheid gerichte SM heeft met Liefde natuurlijk niets te maken. Dat kan het verhaal van de Drie Koningen ons leren.
    De Drie Koningen wentelden hun pijn en verdriet niet af op het Kind. Nee, ze gaven het hun liefde en uit die positieve daad putten ze hun kracht...
    Met egoÔstische lustbevrediging waarin de verlangens van de ander niet meetellen heeft dat alles weinig te maken. Een dergelijke vampiristische lustbevrediging die alleen maar gericht is op het gebruiken van mensen verzwakt de ander. Daar heeft niemand wat aan.

    Kerstmis is het feest van de drie wijze mannen, die op zoek gaan naar het Goddelijke Kind.
    Drie Koningen: De serieuze Vader, de gevoelige Moeder en (zeer essentieel) de verdraagzame Geest die in het Kind zijn eindvervulling ziet.

    Astrologisch: Steenbok, Kreeft en Boogschutter. Vertrouwen, Veiligheid en Vrijheid. Oerbegrippen die de werkelijke wijzen alle eeuwen door als een schat hebben gekoesterd.

    Godsdienst in Egypte

    Voor de oude Egyptenaren bestond de term 'religie' (gezien als dwingend instituut) niet. De aanbidding van hun goden en godinnen was op een simpele, vanzelfsprekende wijze onderdeel van hun dagelijks leven.
    De Egyptische tempel werd als 'het huis van god' beschouwd en alleen leden van de priesterklasse mochten de voorhof betreden. De gewone gelovige moest daar stoppen en als hij offers bracht, dan werden die overgenomen door een priester die het geschenk naar de tempel bracht.
    Alle tempels waren omringd door een muur en op sommige plekken was er een raam aangebracht waar aanbidders terecht konden met vragen en gebeden. Daar konden ze ook een briefje achterlaten met wensen of dankbetuigingen. De priester die dienst had, zorgde er dan voor dat het briefje op de juiste plaats terecht kwam.
    In bijna alle huizen waren kleine altaren aangebracht, die plaats boden aan standbeelden van lokale goden en van Bes en Tawaret, helpers en beschermers van kinderen en vrouwen. Amuletten in de vorm van heilige symbolen werden gebruikt voor een reeks doeleinden.
    Religieuze praktijken speelden een belangrijke en vitale rol in het dagelijks leven en van elke Egyptenaar kon gezegd worden dat hij een priester was, zelfs als hij een eenvoudig offer deed als een stuk brood plaatsen bij de familie-schrijn.
    Er waren goden voor bijna elk aspect van het leven, zelfs voor de meest eenvoudige klusjes, zoals het aanbrengen van make-up. Het volk vertrouwde op de goden die elke dag in alle tempels werden vereerd en bezocht, en het priesterschap werd daarom gezien als een fundamenteel onderdeel van de Egyptische staat. Een samenleving zonder goden was ondenkbaar. Dat zou de wet van Ma'at verstoren, wat zou betekenen dat het leven zelf werd bedreigd.


    De Goddelijke Drie-eenheid
    Osiris (Vader=Saturnus), Isis (Moeder=Maan) en Horus (Boogschutter=Zoon)

    De belangrijkste goden in het oude Egypte waren Osiris, Isis en Horus. Die mythe die aan deze goden is gewijd vertelt dat Osiris lang geleden over Egypte regeerde en de bewoners allerlei nuttige dingen leerde, zoals de landbouw. Zijn broer Seth, die jaloers op hem was, smeedde een samenzwering tegen hem. Tijdens een feest wist hij Osiris in een kist te sluiten, waarna hij hem in de Nijl wierp. Osiris verdronk. Zijn vrouw Isis wist de kist terug te vinden in het Libanese Byblos, waarna de god Anubis het lichaam balsemde en tot nieuw leven wekte. De zoon van Osiris, Horus, wist later Seth te verslaan, waarna hij koning van Egypte werd, terwijl Osiris voortaan over het dodenrijk regeerde. Horus was getrouwd met Hathor, godin van de liefde. De naam Hathor betekent 'Huis van Horus' (Hazor: Haz Horus?).

    Binnen de geschiedenis van het religieus-mythologische denken is Horus de eerste Christusfiguur. Hij vertegenwoordigt de geboorte van het Goddelijke Licht. Zijn geboortedag is 25 december en zijn ogen zijn de Zon en de Maan. Net als Jezus heeft hij twaalf helpers - die de twaalf tekens van de dierenriem symboliseren. (Grappig detail is dat het Hebreeuwse woord Hashor 'Os' betekent).

    Babylon, Baal en Kerstmis

    Fundamentalistische christenen (mensen die geneigd zijn het Ezraistisch-hogepriesterlijke denken boven het individu gerichte bevrijdingsdenken van het nieuwe testament te plaatsen) weigeren in kerstmis een christelijk feest te zien. Zij beroepen zich op uitspraken in het Oude Testament waarin alle heidense gebruiken die verwijzen naar andere Goden dan 'de God van Israel' gezien worden als godlastering, een merkwaardige opvatting omdat de uitspraak 'God van Israel' (God gezien als eigendom of idool van de groep) de meest beledigende uitspraak is die denkbaar is in een wereld waarin er maar een God (een God voor alle mensen) mag bestaan.

    De koningin van Babylon, Semiramis, gaf na de zondvloed de wereld de opdracht om de geboorte te vieren van haar zoon Tammuz, die in de gedaante van de god Bašl de planeet Saturnus (Satan) vertegenwoordigde. Ze stelde 25 december als verjaardag van Baal, omdat haar astroloog vertelde dat de zon zich het op verste punt van de aarde bevond tijdens de winterzonnewende.
    Semiramis vertelde het volk dat op 21 december Baal sterft. Dan op 24 december begint hij weer tot leven te komen, en de 25e is zijn verjaardag.
    Naarmate de tijd verstreek werd over de hele wereld op 25 december de zonnewende gevierd. Het was een tijd voor orgieŽn, dronkenschap, en vrolijkheid.
    Semiramis beval bomen te decoreren met kleine balletjes die de zon voorstellen.

    Godverklaring, of:
    de ontmenselijking van Jezus

    De vergoddelijking van Jezus werd in het jaar 325 tijdens het Concilie van Nicea officeel bekrachtigd door de katholieke kerk. In een geloofsbelijdens werden de godheid van Christus en de leer van de Drievuldigheid theologisch bevestigd. Tegenstanders van dit idoliseringsproces werden in de ban gedaan.

    De Geloofsbelijdenis van de 318 vaders (Nicea 325)

    Wij geloven in ťťn God, de almachtige Vader, die het zichtbare en het onzichtbare heeft gemaakt. En in de ene Heer Jezus Christus, de zoon van God, de eniggeborene, geboren uit de Vader, dit is uit het wezen van de Vader, God uit God, Licht uit Licht, waarachtige God uit waarachtige God, geboren niet gemaakt, in wezen gelijk aan de Vader (in de Latijnse tekst: "wat de Grieken homoousion noemen"), door wie alle dingen gemaakt zijn zowel dat wat in de hemel is als dat wat op aarde is, die omwille van ons mensen, en omwille van ons heil is neergekomen en vlees is geworden en mens is geworden, geleden heeft en op de derde dag verrezen is, opgestegen is ten hemel en komende om te oordelen de levenden en de doden. En [wij geloven] in de Heilige Geest.

    En zij die echter zeggen "dat er ooit een tijd was dat Hij er niet was" en "dat alvorens Hij geboren was, Hij er niet was" en "dat Hij uit niet iets dat bestaat is voortgekomen (in de Latijnse tekst: "wat de Grieken exuconton noemen"), noch uit een andere hypostase of wezen, zeggende dat de zoon van God wisselvallig en veranderlijk is", deze excommuniceert de katholieke en apostolische kerk.

    De Katholieke Kerk & Astrologie

    Vanaf het begin was de christelijke kerk fel gekant tegen de als vals beschouwde leer van de astrologie.
    De kerkvaders eisten de verdrijving van de ChaldeeŽrs, die volgens hen schade aanrichtten aan de staat en de burgers, door met hun mystieke praktijken in te spelen op de onuitroeibare impulsen van het gewone volk, daarmee hun heidense opvattingen levend houdend.
    Astrologie werd gezien als 'een zielverraderlijke cultus', die, met zijn fatalistische neigingen, de morele grondslagen van de staat zou ondermijnen. Het onderscheid tussen goed en kwaad werd niet op een strenge wijze aangegeven, zodat de burgerlijke gehoorzaamheid aan van bovenaf opgelegde wetgeving in gevaar kwam.
    Er was daarom geen plaats in de vroegchristelijke kerk voor aanhangers van deze wetenschap.
    De bekende wiskundige Aguila Ponticus werd vanwege zijn astrologische ketterijen omstreeks het jaar 120 uit de christelijke gemeenschap verbannen.
    De vroege christenen van Rome beschouwden de astrologen als hun bitterste vijanden. Naarmate het christendom zich verspreidde verloren de astrologen echter hun invloed en reputatie, en werden ze door christenen gezien als oplichters en kwakzalvers.
    De bekering van Constantijn de Grote maakte een einde aan het belang van deze wetenschap, die gedurende vijfhonderd jaar het openbare leven in Rome had gedomineerd.
    In 321 publiceerde Constantijn een edict dat alle ChaldeeŽn, magiŽrs en hun volgelingen met de dood bedreigde.
    Astrologie verdween uit de christelijke delen van West-Europa. Alleen de Arabische leerscholen, vooral die in Spanje nadat de Moren het Iberisch schiereiland hadden veroverd, aanvaardden deze nalatenschap van de wijsheid van de klassieke tijd, en onder de Arabieren werd het een stimulans voor zuiver astronomisch onderzoek.
    Arabische en Joodse geleerden waren de vertegenwoordigers van astrologie in de middeleeuwen, terwijl zowel kerk als staat in christelijke landen deze heidense doctrine verwierpen en vervolgden. (Uit: Katholieke encyclopedie online)


    Slotwoord:

    Hoewel de katholieke kerk alle astrologische symbolen van het antieke wijsheidsdenken heeft overgenomen (denk aan Maria, die het aloude moederdenken symboliseert), ontkent men ten stelligste dat de kerk iets te maken heeft met wat men noemt 'een pseudowetenschap die de moraal ondermijnt'.
    Het is goed daarbij te bedenken dat de rooms-katholieke kerk een kleinburgerlijk machtsinstituut is, dat het vrijzinnige spirituele denken in het begin van de vierde eeuw in de ban heeft gedaan via het goddelijk verklaren van Jezus en de ter dood veroordeling van al diegenen die zich bezig hielden met het magische, kind-gerichte vader-moeder-denken, waarvan de drie Oosterse wijzen in het evangelie de vertegenwoordigers zijn.