Wim Duzijn:
een schrijver in gesprek met
de Heer in zichzelf



VRAAGGESPREKKEN MET MIJZELF
Klein voorwoord:

Er zijn mensen in deze maatschappij die zo’n bijzondere positie innemen dat ze alleen maar door de meest bijzondere interviewer ondervraagd kunnen worden. We kennen allemaal wel van dergelijke figuren. Ze worden afgeschermd van hun omgeving, ze vliegen rond in dure privé-vliegtuigen en ze vertonen allerlei vreemde neurotische gedragsafwijkingen, die een normaal contact met anderen onmogelijk maken.
Zo iemand ben ik niet!
Ik ben een schrijver die zichzelf heeft verdubbeld. Daarom reken ik mijzelf tot de meest gewone mensen van deze wereld, en juist omdat ik zo verschrikkelijk, abominabel gewoon ben, daarom ondervraag ik mijzelf.
Dat is natuurlijk een heerlijk voorrecht, dat alleen de meest gewone mensen gegeven wordt en ik hoop dan ook dat de lezer zich gevleid voelt dat ik hem het recht gun samen met mij een reis te maken in de wereld van mijn dubbelganger..., een uitvergroting van het ernstige, serieuze ikje in mezelf, een werkelijkheid die in oude, pre-Christelijke tijden 'Saturnaal' werd genoemd..: Saturnus, de vadergod, de planeet die alles wat Heer-achtig in de mens is symboliseert...

De eerste gesprekken die ik mocht voeren met de schrijver, die zichzelf - gezien zijn Saturnale kwaliteiten - ziet als een serieuze Christelijk schrijver, geen priester, geen schriftgeleerde dus, maar een rustige, nuchtere Heer-achtige man, vonden in het midden van de jaren zeventig plaats in een kleine arbeiderswoning, gelegen aan een smalle asfaltweg, die zich in grillige bochten voort slingerde tussen uitgestrekte Groningse weidevelden, weide­velden vol koeien, sloten en vaarten, met alles wat zoal daarbij hoort, zoals: riet, kweekgras, onwelriekende gierwagens en luidruchtig razende tractoren, half afgebroken molens, die op afgelegen plaatsen stilletjes staan te vergaan, en prachtige boerderijen, met kleine moestuinen vol weelderige kruidenvelden...
Na zijn vertrek uit het Groningse Bedum vonden gesprekken plaats in de stad Zwolle, een middelgrote provinciestad, waar de belangstellende lezer nog altijd het geboortehuis van de schrijver kan bezoeken, een woning die in de tijd dat hij er woonde was ingeklemd tussen een grote Rooms-Katholieke Pastorie en een nog grotere Rooms-Katholieke Kerk.
De pastorie is inmiddels verkocht en de kerk is 'basiliek' geworden, een opschepperig woord (het woord verwijst naar aards koningschap) dat eigenlijk geen recht doet aan de persoon aan wie de kerk is opgedragen: Maria, de moeder van Jezus, die wordt omschreven als 'Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming'.

Info:

Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming is de naam van een middeleeuwse kruiskerk aan de Ossenmarkt in Zwolle.
De kerk was oorspronkelijk een kapel, ondergeschikt aan de Sint-Michaëlskerk, en heette toen Onze-Lieve-Vrouwekapel.
Tussen 1580 en 1810 werd de basiliek - als gevolg van de onderdrukking van katholieken door protestanten - voor allerlei niet-kerkelijke doeleinden gebruikt. In 1809 werd de kerk aan de rooms-katholieken terug gegeven.