De Ketterse Kathedraal


Een Pijnlijk Wonder

VKblog van zaterdag dinsdag 18 januari 2011 door Wim Duzijn



Als ik sterf,
Dan laat ik alles achter,
Mijn lichaam allereerst,
Nooit hoef ik meer te denken
En spreken evenmin,
Misschien dat ik nog voel,
En wat ik voel ben jij,
Misschien dat ik nog zie,
En wat ik zie ben jij,
En als ik ook nog hoor,
Dan hoor ik prachtige muziek,
Violen, pauken en trompetten,
En die muziek ben jij...

Uit 'Gewoon een Wonder,
Liefdesgedichten van Wim Duzijn


LIEFDE - en dan vooral 'romantische liefde' - is een woord dat je tegenwoordig eigenlijk niet meer met goed fatsoen kunt gebruiken. Gewoon, omdat niet dierlijke LIEFDE verwijst naar een wereld die door zich 'nuchter' noemende mensen wordt afgewezen, een wereld waarin - om het hoogdravend te formuleren - de menselijke ZIEL zich bewust wordt van zichzelf.
Het is religieus taalgebruik waar je tegenwoordig de lachers mee op de hand krijgt. We erkennen wel het woordje EENZAAMHEID, de afwezigheid dus van liefde, maar we weigeren dat woord in verband te brengen met de romantisch-religieuze bestrijding ervan. Want dat is in wezen de functie van religie, niet de mens de slaaf maken van de illusie, maar via opheffing van valse geloofsvormen die de menselijke geest gevangen houden, hem of haar in staat stellen in contact te treden met 'de ander', iemand waarvan je het gevoel hebt dat hij of zij bij je hoort, een gewoon menselijk wezen dus, dat in sommige gnostisch-religieuze bewegingen 'de tweelingziel' wordt genoemd.

De ontmoeting met een gelijkgestemde ziel wordt in de romantisch literatuur gezien als een vorm van geestelijke verlichting die diepe wonden kan slaan, omdat de wereld om je heen op een welhaast hatend-jaloerse wijze je die verlichting niet gunt.
In de gnostische literatuur, met name 'Het Lied van de Parel', wordt het verlossen van de in duisternis levende ander gezien als de belangrijkste taak van een messias. Het inzicht dat een liefdeloze wereld het contact tussen gelijkgestemde zielen onmogelijk maakt leidt tot de overtuiging dat een proces van bewustwording in gang moet worden worden gezet.
Het klinkt allemaal nogal zweverig en je moet ook erg oppassen dat je het gezonde verstand niet laat overvleugelen door het gevoel, maar uit eigen ervaring weet ik dat een simpel verlangen naar liefde een mens in de grootste problemen kan brengen, Vanaar de titel van dit blog: 'Een pijnlijk wonder'.

Ik ontmoette de LIEFDE (mijn liefde dus, een liefde die door veel mensen een 'doodgewone kalverliefde' zal worden genoemd) in het plaatsje BEDUM, in het jaar 1974.
Zomaar via een vreemde, onbekende 18-jarige jongen die op zo een kinderlijk-lieve-hulpeloze wijze op mij reageerde dat werkelijk alles in mij zich richtte op dat ene verlangen: dit is LIEFDE die verdedigd, beschermd, geholpen, getroost, gekoesterd.. en wat al niet meer... moet worden.
Mijn god, dacht ik, dit is iemand die alles wat lief en kwetsbaar is in mij mooi en goddelijk kan maken... DIt is wat mensen 'god' noemen...
Het goddelijke kind in mij, zo zou je kunnen stellen, kwam tot leven omdat het verliefd was op het goddelijke kind in de ander..., ook al was die ander zich daar nauwelijks van bewust.

Mijn penis - een instrument dat in homokringen momenteel een welhaast goddelijke status heeft gekregen - had er weinig mee te maken, hoewel het bewustzijn dat de ander een persoon van hetzelfde geslacht was me wel ineens heel duidelijk deed beseffen dat ik van nu af aan ingedeeld zou worden in de wereld van 'de homoseksuelen', een slag mensen waar zich 'hetero' noemende mensen om mij heen - mensen die altijd praten over 'romantische liefde', maar die de romantiek volledig belachelijk maken wanneer het liefdesproces niet volgens het geijkte burgermansboekje verloopt - nog altijd laatdunkend op neer kijken.
"Ga maar naar de hoeren", merkte een broer op toen ik met hem een gesprek over liefdesverdriet wilde aangaan, "dan ben je er zo weer van af...", een opmerking die het naar liefde verlangen ikje in mezelf diep kwetste.

Ik ontmoette in dat streng gereformeerde dorp geen homo of hetero, en ook geen ordinaire hoer, maar een persoon, die me bewust maakte van mijn eigen kinderlijke kwetsbaarheid.
Via de hulpeloosheid van de ander ontdekte ik de hulpeloosheid van mijn eigen naar warmte en tederheidheid verlangende ziel, een werkelijkheid die eigenlijk nooit aan bod mocht komen in een gelijkschakelende wereld waarin de man op verovering gerichte PENIS en de vrouw een gretige, alles opslokkende VAGINA behoort te zijn, een soort LIEFDE-dodende hoer dus, waar een man op een zo agressief mogelijke wijze zijn zaad in dient te pompen.
LIEFDE, of simpel gezegd: het verlangen naar tederheid, zo ontdekte ik, maakt je duidelijk dat het op slaafse aanpassing gerichte dier in jezelf je dodelijk eenzaam kan maken, samen met anderen die ook dodelijk eenzaam zijn, maar zich daar niet bewust van zijn.

Wie ontdekt dat hij in wezen nog een kind is - een verweesd kind dat broertjes en zusjes mist - een kind dat niet tevreden is met wat harde, volwassen dierlijkheid, die wordt door veel mensen tragisch, of zelfs zielig, genoemd. En dat niet alleen, hij wordt vaak ook gezien als een gevaar, omdat zijn kinderlijkheid andere mensen in contact kan brengen met onzeker makende 'goddelijke kind' in zichzelf.
Niet willen weten en niet willen voelen is veelal de norm in verstoppertje-spelers-land... Daar dacht ik aan toen ik op YOUTUBE een filmpje ontdekte, met daarin de volgende, superromantische, regels:

"Als je liefhebt en zo nodig wensen moet hebben, laten dit dan je wensen zijn: te smelten en een stromende beek te worden die de melodie van de liefde tot in de nacht door zingt, de pijn te kennen van te veel tederheid, gewond te worden door je eigen begrip van de liefde, gewillig te bloeden en zelfs met vreugde."

Het zijn regels die moeilijk ingepast kunnen worden in een wereld waar liefde veelal weinig meer is dan het gebruiken van de een door de ander.
Een dergelijk heftig liefdesverlangen zou je inderdaad kunnen zien als een vorm van onvolwassen gedrag..: meer willen verlangen dan door andere mensen voor mogelijk wordt gehouden, het verdedigen van een wereld waarin er zoiets bestaat als het verlangen van een ziel - ook al zo'n vreemd onvolwassen klinkend woord - samen te smelten met een andere ziel, een verlangen dat daarenboven veel mensen angstig maakt, omdat zo een vorm van liefde wordt gezien als een inbreuk op de eigen privacy, de onwil een ander, hoe mooi en lief zijn of haar bedoelingen ook zijn, toe te laten in een wereld waarin niet de kwetsbaarheid, maar de bepantsering van de mens centraal wordt gesteld.

Alleen het pantser van de volwassenheid, dat je aangeboden wordt door economen, priesters en oppervlakkige psychologen, kan je zekerheid - en dan met name 'maatschappelijke zekerheid - bieden.
Die zekerheid biedt een verliefde ander je natuurlijk niet, helemaal al niet wanneer die verliefde ander de zekerheden die je als waardevol ervaart - 'god', de kerk, de natie, de politieke partij, de aangepaste vriendengroep, etc, etc. - ondermijnt.
In een cultuur die niet gebonden is aan het begrip 'zekerheid' zou alles anders verlopen, maar de cultuur waarop wij het woordje 'Westers' hebben geplakt is het tegendeel van liefdescultuur.
Wij kennen wel decadentie, de pervertering van het mystieke verlangen naar goddelijke liefde, de schrijver Gerard Reve gebruikte dat woord, maar het romantisch-religieuze woordje 'mystiek' bestaat hier in feite niet.
Dat is de reden waarom wonderen in dit land 'pijnlijke wonderen' worden, omdat het wonder gezien wordt als een belediging, een aanval op de zekerheid biedende wereld van de in starre vormen vastgeketende volwassen mens.

Vandaar dat ik in dit blogje een man centraal stel, Kahlil Gibran, die zowel vrijdenker als romanticus kan worden genoemd, een kwalificatie die wij in Nederland aan geen enkele Nederlandse schrijver toe kunnen kennen...
Hier aanbidden wij 'de zekerheid scheppende vorm' en niet 'de onzeker makende vrije geest'...



OVER DE LIEFDE
uit De Profeet van Kahlil Gibran

Toen zei Almitra: "Spreek tot ons over de Liefde"
En hij hief zijn hoofd op en keek naar de mensen, en hij werd stil. En met een diepe stem zei hij toen:
Als liefde je uitnodigt hem te volgen alhoewel zijn wegen moeilijk en steil zijn, en als zijn vleugels je omgeven, dan buig je je voor hem.
Het zwaard dat verstopt zit onder zijn kleren kan je verwonden, en als hij spreekt geloof je hem, alhoewel zijn stem je dromen kan vernietigen zoals de Noordenwind de tuin in een woestijn kan veranderen. Want zoals de liefde je kroont zo zal de liefde je kruisigen. De liefde is voor je groei maar ook om je te kortwieken.
Zelfs als hij opstijgt en je teerste takken die in de zon trillen streelt, zo zal hij ook naar je wortels gaan en ze heen en weer schudden terwijl je je vastklemt aan de aarde.
Hij kneedt je tot je zacht bent en dan neemt hij je mij naar zijn heilig vuur, zodat je gewijd brood mag worden voor het heilige feest van God. Al deze dingen zullen de liefde je aandoen zo dat je de geheimen van je hart leert kennen, en in die kennis een deel van het hart van het leven kunt worden.
Maar als je in je angst alleen op zoek bent naar de vrede en de pleziertjes van de liefde dan is het beter voor je je naaktheid te beschermen en buiten bereik van de liefde te blijven en in de wereld zonder seizoenen gaat wonen, om te lachen, maar niet totaal, en om te huilen, maar niet totaal.
De liefde geeft niets anders dan zichzelf en neemt niets anders dan van zichzelf.
De liefde bezit niet noch kan het in bezit genomen worden. Want de liefde is zichzelf genoeg.
Als je liefhebt moet je niet zeggen: God is in mijn hart, maar liever: ik ben in het hart van God. En denk maar niet dat je de richting van je liefde kunt leiden, want als de liefde je waardig vindt, leidt hij je.
Liefde heeft geen andere wens dan zichzelf te vervullen.
Maar als je liefhebt en zo nodig wensen moet hebben, laten dit dan je wensen zijn: te smelten en een stromende beek te worden die de melodie van de liefde tot in de nacht door zingt, de pijn te kennen van te veel tederheid, gewond te worden door je eigen begrip van de liefde, gewillig te bloeden en zelfs met vreugde.
Tegen zonsopgang wakker te worden met een hart met vleugels en dankbaar te zijn voor nog een dag vol liefde, te rusten tegen de middag en te mediteren over de ecstase van de liefde, s avonds thuis te keren met dankbaarheid, en dan te slapen met een gebed voor de geliefde in je hart en een lied op je lippen.


Zie ook: Gewoon een Wonder
Liefdesgedichten geschreven in de periode 1974-1975 naar aanleiding van de ontmoeting met een christelijk-gereformeerde jongen die geen 'goddelijk kind' mocht zijn.


Beroofd van alles wat ik ooit bezat,
Kijk ik omhoog en zie de blauwe hemel;
Ik weet dat zij veranderd is.

De wolken zijn geen wolken meer,
Het blauw, dat is geen blauw;
Alleen de zon - mijn god, de zon...

Ik ben de zon, jj bent de zon,
En God? O god, hier moet ik zwijgen;
Ik weet dat alles nu veranderd is.