De Ketterse Kathedraal


Kerstmis & de Mop

VKblog van vrijdag 24 december 2010 door Wim Duzijn

THOMAS PAINE, in: AGE OF REASON" : "I do not believe in the creed professed by the Jewish church, by the Roman church, by the Greek church, by the Turkish church, by the Protestant church, nor by any church that I know of. My own mind is my own church."

" Als je iets weet, maar het dringt niet tot je door,
dan weet je eigenlijk niets." Toon Hermans

Toon Hermans (1916-2000, Boogschutter) was een Nederlandse cabaretier, zanger, kunstschilder en dichter. Met Wim Kan (Steenbok) en Wim Sonneveld (Kreeft) werd hij gerekend tot de grote drie van het Nederlands cabaret na 1945. (Zie ook De Drie Koningen)


Deel 1: Max Pam & de Mop

Max-Pam: "Een mens is reddeloos verloren wanneer hij onmerkbaar verandert in een pot met gemopper, waarin een opgeheven vinger ronddrijft."
Iedere keer wanneer er wordt gesproken over het Midden-Oosten conflict worden steevast 'bekrompen moslims' tegenover 'moderne, vrije en blije democraten' (de joden) geplaatst.
Die tegenstelling berust m.i. op bedrog.
(1) In de eerste plaats is het al fout om te spreken over 'de joden', een gelijkschakelend begrip dat in de jaren dertig en veertig werd gebruikt door antisemieten (mensen die aan het begrip jood een negatieve betekenis toekenden) en dat nu (in een omgekeerde vorm) overgenomen is door de zionistische beweging, zonder dat ooit aan individuele joden wordt gevraagd of ze wel lid willen zijn van een beweging die hen degradeert tot delen van een moraalloos collectief.
(2) En in de tweede plaats is het aantal joden dat 'hopsakee' roepend door het leven huppelt uitermate klein. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, anarchistische luitjes die zo nu en dan 'hallekidee' en 'schijt aan alle religieuze flauwekul' roepen, maar aangemoedigd wordt dit gedrag niet. Joden - zo proberen fanatieke zionisten ons duidelijk te maken - hebben een 'hoge morele taak' te vervullen in het leven. Zij werken zich omhoog naar de top en daar - in de verheven hoogte van het maatschappelijk geslaagd zijn - dienen zij als grote morele leidersfiguren een lichtend voorbeeld voor ons allen te zijn

Zoals gezegd, doodgewone onzin, omdat zionisten - en dan met name de rechtse zionisten, die de anarchofascist Vladimir Jabotinsky als hun geestelijke leider beschouwen - maar een enkele moraal kennen: het zionisme, ofwel de verdediging van een joodse staat, die aan niets en niemand verantwoording hoeft af te leggen.
Het is een staat waaraan goddelijke eigenschappen worden toegedicht, zodat een zionistisch-joodse moraal niet verwijst naar het Internationale Recht, maar naar 'de joodse wet' en de Thora - die 'de absolute waarheid' vertegenwoordigen - en een hardvochtige vorm van kapitalisme (die minderheden in staat stelt monsterlijk rijk te worden), zaken die betekenisloos zijn voor de wereldgemeenschap als geheel, zodat je rustig mag stellen dat onderwijs in Israel weinig meer inhoudt dan het uitschakelen van het verlichtende besef dat menselijke moraal moet verwijzen naar wetgeving die een universeel karakter dient te hebben. "Voor de echte wet", zegt de humanistische moralist, "is iedereen gelijk".

Het spreekt vanzelf dat anti-humanisten - aan heilige groepen gebonden mensen die in een onafhankelijke, gewetensvolle ander altijd een slecht immoreel persoontje ontdekken - weinig op hebben met humor, grappenmakerij en hallekideegeroep, bezigheden die - juist omdat ze gericht zijn op relativering - altijd proberen de gewone mens in ons naar boven te halen.
In ons land was in het verleden TROS-medewerker Ralph Inbar bij uitstek het type van 'de onverantwoordelijke jood', iemand die alle opschepperige joodse idealen de wereld uitlachte met zijn verborgen camera.
Binnen het overwegend rechtse wereldje van de Israel-aanhangers was hij een uitzondering, een eenling, een maatschappelijke mislukkeling als het ware, waar de moralisten uiterst misprijzend op neer blikten.
"Grappen maken" - zo stellen anti-humanische moralisten steevast - "is een laag bij de grondse bezigheid! Lolbroeken die het humanisme verdedigen dienen te worden geëxecuteerd!"
Sommige moreel hoogstaande (vanuit humanistisch oogpunt bezien zeer amorele) moslims in ons land schijnen daar net zo over te denken...

In de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig waren mensen veel minder sterk gebonden aan het vals-moralistische begrip 'hoog'. We waren rooms, of protestants-christelijk, en als je een joodse buurman had dan zei je 'goedendag meneer', en dat was het dan ook wel.
De joden in de straat waarin ik woonde bemoeiden zich trouwens met niemand. Het waren rijke mensen die de oorlog hadden overleefd omdat ze geld en connecties hadden en vanwege hun sociale positie maakten ze deel uit van de middenstand. Hun kinderen speelden nooit op straat. Soms - op warme zomerdagen - als ze zich verveelden hingen een paar puberjochies uit het raam en die scholden dan voorbijgangers uit. Soms riep iemand een scheldwoord terug, maar niemand die er aan dacht zo iemand 'antisemiet' te noemen.
Mijn moeder praatte er wel eens over als ze de ouders van die jochies ontmoette bij de kruidenier. Die reageerden heel nuchter. "Wie kaatst moet de bal verwachten, en ze weten dat ze zich fatsoenlijk moeten gedragen..."
Het pestgedrag duurde trouwens niet lang. De pubers werden groter, gingen als dienstplichtigen het leger in, en kwamen als gewone jongens terug. Niemand die er over dacht hen 'joden' te noemen.

Als kind luisterde ik in die jaren graag naar de Sam en Moos-moppen van Max Tailleur - een man waarvan de joodse gemeenschap nu zegt dat ie niet serieus genomen kan worden.
Max Tailleur speelt momenteel in intellectuelenland de rol die de traditionele goedlachse nikker in de wereld van zich ontwikkelende zwarte intellectuelen speelde. Iemand die zich 'nikker' laat noemen en zich als een nikker gedraagt (heupwiegend en altijd een blijmoedige lach op het gelaat) en daarmee (volgens moralisten) 'de groep' te schande maakt.
Max Tailleur zou je daarom een joodse nikker kunnen noemen - een moppentapper, die niet het hoogstaande woord 'humor' gebruikt, maar het volkse begrip 'mop'. Een man dus die - omdat hij niet eerzuchtig genoeg is en zich niet vereenzelvigt met staatgebonden vergoddelijkt messianisme - dient te worden veroordeeld.
Moraal is in het rijk van messianisten nu eenmaal geen mop...

Moralistische zuurpruimen

In de dagbladen die zich 'kwaliteitskrant' noemen proberen zich 'intellectueel' noemende zich jood noemende medewerkers momenteel het begrip jood te onthumoriseren. Joden (ook als ze geen echte, d.w.z religieuze, joden zijn) moeten - als je hen mag geloven - moralistische zuurpruimen zijn, die alleen maar bezig zijn met hoge idealen en het verheffen en verlichten van de onontwikkelde, aan heidense gebruiken verslaafde medemens, en het spreekt dan ook vanzelf dat mensen die het als taak zien andere mensen aan het lachen te maken daarbij gemeden worden.
Een fraai voorbeeld van zo een beschaafde zuurpruim is Max Pam...:

"Als hoger opgeleide columnist", zo vertelt hij ons, "voel ik een zeker dédain jegens de mop. (let op het zure moralistenwoordje 'dédain '..)
Jaren geleden heb ik mijzelf daar al eens op betrapt. Omdat ik volgens anderen een beetje joods bloed heb en ook nog een beetje kan schaken, werd ik op een keer opgebeld door Max Tailleur. Het was toen al zo dat je over hem dacht: goh, leeft die nog? De grote moppentapper vertelde dat hij naast de geinlijn ook nog iets voor edelmoedigs deed voor het blad van de reumapatiënten Of ik daarin, naast zijn vaste moppentrommel, misschien een wekelijks schaakrubriekje wilde verzorgen. Gratis natuurlijk, want het was voor het goede doel.
Fuck! Meteen daarna ben ik onder de dekens gekropen en heb een maand lang alle telefoontjes onbeantwoord gelaten. Dat het voor niets moest, alla, maar dat ik geassocieerd zou worden met de mop, dat leek me zo'n schrikbeeld ik mij nog liever levenslang in één cel zou laten opsluiten met Ron Brandsteder."

Het klinkt een beetje heilig allemaal. Ondanks het feit dat het beetje joodse bloed dat hij volgens anderen bezit weinig voorstelt, wil hij toch een soort geestelijke band in stand houden met diegenen die geloven dat een jood (en Max Tailleur afficheerde zichzelf als een joodse moppentapper) in de eerste plaats een vertegenwoordiger van een 'heilig volk' dient te zijn, hoog verheven boven de vreemde anderen, mensen die zich niet verlagen tot zoiets ordinairs als 'een mop'..
Messiaanse gelovigen in de staat Israel (een staat die na de zogenoemde Palestijne intifada ook verdedigd werd door de linkse Max Pam, een man die ooit een prijs ontving van een atheistische vrijdenkersvereniging) formuleren het zo:

"God zegt heel duidelijk: Weest heilig, want Ik ben heilig!
Wat hier zo bijzonder is, is het verwachtingspatroon van de Eeuwige dat de mensen ook inderdaad heilig kunnen zijn, want Hij eist immers niets wat onredelijk moeilijk is.
In feite wordt iemand die niet heilig is gezien als de uitzondering, niet als de norm, althans binnen het volk Israël!
Bij de Goyim [heidenen] is dat precies andersom en daarom mochten de Israëlieten ook niet met hen omgaan omdat zij anders de occulte en perverse leefwijze van de heidenen zouden kunnen overnemen."

Het spreekt vanzelf binnen zo een wereld van 'heilige mensen' geen plaats is voor moppentappers, die toch altijd de bedoeling hebben de mens te ontdoen van de vrome starheid die zure, zich heilig noemende moralisten plegen uit te dragen in het leven..


Over Max Tailleur - info van Enne Koops
Historiek Info

De Amsterdamse komiek Max Tailleur (1909-1990) staat bekend als een van de grootste Nederlandse moppentappers ooit. Toen hij in 1990 stierf, liet hij een kaartenbak met ongeveer 3.000 moppen na, vooral de nog steeds bekende ‘Sam-en-Moos-moppen’.
Max Tailleur was in Nederland zeer populair. Maar niet iedereen was blij met hem. Sommigen vonden zijn grappen platvloers, terwijl hij in eigen joods-intellectuele kring ervan beticht werd racistisch en smakeloos te zijn. Want grappen vertellen of humor ná de Holocaust, nee – dat kon niet. En juist door het vertellen van Jiddische moppen zou Tailleur, aldus Joodse critici, het antisemitisme aanwakkeren.
Het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) schreef in 1952 dat Tailleur ‘de grootste antisemiet’ was. Hij liet de Goj (de niet-Joden) lachen om joden die in de concentratiekampen vermoord waren...


Deel 2: Anet Bleich & Kerstmis

In de Volkskrant van 9-1-2002 merkt Anet Bleich (net als Max Pam iemand met een joodse achtergrond) in een artikel, dat de titel "Bespiegelingen bij een oude kerstboom" draagt, op dat zij als kind een minitraumaatje heeft moeten verwerken. Ze had op school een kerstboom gewonnen, maar ze mocht het boompje niet mee naar huis nemen.
Een kerstboom is een heidens gebruik en ook al vinden kinderen zo'n boom erg mooi en kun je hun kinderwereld er mee verlichten, toch moet die boom worden afgewezen - en dat alles vanuit de filosofie dat religieuze joden geen heidenen mogen zijn.
Waaruit mag blijken dat religieus vormdenken (ideologische verstarring dus) altijd en eeuwig de ontkenning is van op kindwording gerichte geestelijke verlichting.
Licht is alleen maar licht wanneer je er geen remmende schutbladen voor plaatst.
Wie zijn huis blindeert, de gordijnen dichttrekt, de kieren met krantenpapier dichtstopt en alle kaarsen en elektrische lampen met een grote moker vernietigt, die zit in het donker. En dan kun je wel zeggen dat je het licht van de wereld bent, maar dat is dan weinig meer dan de bekende holle frase die inhoud voorwendt die er niet is.

Anet Bleich heeft haar eigen kind gelukkig wel een kerstboom gegeven. Omdat haar dochter - die duidelijk niet als rabbijn geboren is - er graag een wilde hebben.
Tegelijkertijd probeert zij het bekrompen gedrag van haar ouders - die haar een minitrauma hebben bezorgd - goed te praten. Die zagen in de kerstboom een christelijk symbool - zegt ze - en christenen stonden voor pogroms en daarom was zo'n boom te pijnlijk etc..., een verklaring die niet bijzonder eerlijk is, omdat een kerstboom helemaal geen christelijk symbool is en omdat orthodoxe joden (net als orthodoxe protestantse christenen zich altijd - ook in tijden dat er geen sprake was van vervolging - uitermate vijandig hebben opgesteld tegenover alle gebruiken die als vreemd werden ervaren - juist omdat zij er van uitgingen dat zij als enigen onder alle wereldbewoners - dank zij 'de bijbel' - het licht van de wereld zijn.
Assimilatie - trouwen met leden die niet tot de eigen groep behoren - werd en wordt in zionistische en fanatiek-orthodoxe kringen nog altijd gezien als een doodzonde.

Het bizarre gettogedrag van orthodoxe Oost-Europese joden was voor THEODOR HERZL (een West-Europese man die niet religieus was) een reden een joodse staat te propageren, een moderne staat die een einde zou moeten maken aan het sociale isolement dat gettovorming met zich mee brengt. Joden moesten volgens hem gewone mensen zijn.
Van dat streven is niet veel terecht gekomen. De joodse staat is momenteel weinig meer dan een anti-humanistische gettostaat, waarin ultra-orthoxode joden nog altijd de lomp-ogende, tegen Oost-Europese kou beschermende zware, zwarte kleding dragen...

In het artikel van Anet Bleich, een vrouw die (ondanks haar keuzes in het verleden voor het atheistische communisme en het pacifistische socialisme) de oorlog tegen het seculiere Irak van Saddam Houssein verdedigde - ontbreekt het kindje Jezus.
Als anarchistisch schrijver, die zich ervan bewust is dat het streven naar onbevangen kinderlijkheid de geestelijke motor van het anarchisme is, wil ik dat kindje Jezus er graag bij hebben, omdat juist het ontbreken van 'het Goddelijke Kind' (dat binnen een humanistisch-religieuze wereld het symbool van het gewoon zijn is) het conservatief-messianistische jodendom zo'n liefdeloos, vreemdelingenhatend gezicht gegeven heeft.
Voor moslims en andere religieuze fundamentalisten geldt natuurlijk hetzelfde. Zo moeten moslims volgens de Koran de profeet Jezus eren, maar in Koeweit en Saoedi-Arabië ben je als christen net zo'n hoopje niks als in het Israël van de traditionele orthodoxe joden.
Daarom is het onzinnig dat protestants-christelijk Amerika die landen steunt, want waarom zou je als Amerikaanse christen vechten voor luitjes die jou een ongelovige noemen?

Landen waar seculiere Arabische nationalisten de dienst uitmaken, zoals Egypte, Libie en Syrie (Irak werd in het jaar 2003 uitgeleverd aan de Islamitische Republiek Iran), zijn veel toleranter. Daar vieren ze rustig kerstmis en daar schallen de kerstliedjes uit grote luidsprekers tijdens de kerstdagen en dat komt omdat die landen niet geregeerd worden door religieuze fundamentalisten.
Of ze in moslimlanden ook Max-Tailleur-figuren hebben weet ik niet. Islam en humor zijn geen begrippen die op een automatische wijze samengaan. Er bestaat zoiets als joodse humor, maar waar is de moslimhumor? Kunnen moslims lachen? Of mogen ze alleen maar zeuren over barbaarse slachtpraktijken, hoofddoeken en het bouwen van kerken voor de eigen beperkte groep?
Ik vrees dat moslims net als traditionele joden bitter weinig aandacht besteden aan de humoristische - dus anarchistische - medemens. Wat dat betreft zijn ook zij volkomen vervreemd geraakt van de bronnen van hun beschaving...
Rome, Griekenland en Egypte waren op religieus gebied tolerante (want polytheistische) samenlevingen.
Zodra Egypte een land binnen zijn invloedssfeer had gebracht nam het onmiddellijk alle goden van dat land over, een gedragsvorm die in schrille tegenstelling staat tot de pogingen van onverdraagzame christenen, joden en moslims exclusief joodse, islamitische en christelijke staten in het leven te roepen, waarbinnen alle mensen op een onderdanige wijze omhoog moeten blikken naar het onverdraagzame zuurpruimengelaat van een tot persoon uitgeroepen God die alles wat in zijn ogen vreemd is haat.

Het woord humor komt in de heilige boeken van zulke religieuze mensen niet voor. Jarenlang praten de profeten met God, ze ontvangen de meest vreemde boodschappen, maar nooit lees je een verslag waarin staat dat zo een Goddelijke profeet gillend van het lachen op de grond ligt, omdat God hem zojuist een verschrikkelijk goede mop heeft verteld.
God is almachtig zeggen ze dan, maar iemand die geen grappen kan maken is voor mij een doodgewone manke stakker, een vent die op krukken loopt, zodat hij het tegendeel is van de wijze vadergod, die al die religieuze mensen ons als waarheid proberen aan te smeren.
Als God almachtig is, dan kan Hij ook grappen maken en als Hij dat niet kan, dan is Hij een bedrieger.
Daarom distantieer ik mij van hoogstaande morele mensen die moppen haten en kies ik voor de moppentapper, een persoon die weliswaar geen hoogstaande intellectueel is, maar die wel iemand is die het vermogen bezit te relativeren.

Elk weldenkend mens zou moeten weten dat beschaving alleen daar kan ontstaan waar mensen bereid zijn relativering toe te laten.
Ik ben zelf katholiek opgevoed. Wanneer ik terugkijk op mijn jeugd dan zijn de belangrijkste katholieken voor mij diegenen geweest die in staat waren de wereld om mij heen te relativeren. Mensen als Godfried Bomans, Wim Sonneveld en Toon Hermans droegen een vorm van geloof uit die weliswaar verbonden was met het katholicisme, maar die toch een geheel eigen karakter droeg, zodat ook een eenzelvige, naar vrijheid en kennis verlangende enkeling er zich in kon herkennen. Hun morele instelling zou je religieus-humanistisch kunnen noemen.

De onverdraagzame jaren zestig en zeventig beweging ("wij willen een nieuwe mens scheppen") heeft dat relativeringstreven de kop ingedrukt. Polarisatie, zwart-wit-denken, de ander tot vreemdeling uitroepen, dood, vernietiging, verrotting, afwijzing van ernst en autoriteit, versterkten alles wat hard, conservatief, star, stram en onbeweeglijk is.
Het is die bikkelharde humorloze wereld, een negatieve, ontkinderlijkte anti-wereld, waaruit eenlingen zich moeten bevrijden.
Utopisten en Messianisten (hoe modern ogend ook) zijn de vijanden van die vorm van socialistisch humanisme die de kinderlijkheid uitstralende humorist Toon Hermans simpelweg 'mensenliefde' noemde.


Toon Hermans over Jezus
De Groene, 6-12-1995

'Jezus van Nazareth is de grote voorganger geweest, in hoe hij de mensen tot elkaar bracht... Hij was eigenlijk de eerste socialist op aarde: alles samen delen en iedereen is elijk. Zijn makkers waren eenvoudige jongens die naar vis roken en met z'n allen streefden ze het goede na.' [...]
Of Hermans zelf een socialist is? Onmiddellijk zegt hij: 'O, zeker. Mijn theater komt voort uit een socialistisch gevoel, niet politiek maar menselijk gezien. Ik vind het fijn om mensen te laten lachen, en lachen is toch iets heel groots - veel groter dan velen denken.
Een socialist is iemand die van mensen houdt. In de politiek kunnen ze dat niet, dat is een materieel socialisme.


De vrolijke geboortehoroscoop van Max Tailleur


Geboren in Amsterdam, 12-6-1909, rond 12 uur in de middag

Lachen, vrolijkheid, optimisme en feest vieren zijn zaken die astrologisch gezien thuishoren in de wereld van de Vuurtekens: Ram, Leeuw en Boogschutter. Daarom is het zo vreemd dat de twee theocratische staten in het Midden-Oosten die geworteld zijn in de Zorastrische Vuur-religie van Perzie, Israel en Iran, momenteel staten zijn die zichzelf uitgeleverd hebben aan een religieuze vorm van priesterdom die op een heel kille en ouderwetse wijze patriarchaal van aard is.
Relativering is er in het rijk van de zure mannen in het zwart niet bij. Lachen en humor, daar doen ze dan ook niet aan.
In de geboortehoroscoop van Max Tailleur spelen de 'vrolijke' hemellichamen Zon en Jupiter een hoofdrol. Jupiter in het ascendanthuis en Zon dominant in het sociale- of beroepshuis. De dominant geplaatste kwajongensplaneet Pluto, die in zijn 'nette' of 'morele' vorm mensen kan lastigvallen met dwingelandij en morele terreur, ondersteunt hier 'de geintjesmaker'.
Op een zonnige, optimistische, ja zelfs kwajongensachtige, wijze je geld verdienen, dat is toch heerlijk? Niks geen gezeur over heilige mannen in zwarte pakken, en donkere kastjes die volgepakt zijn met beduimelde wetboeken...
Nee, een grote map met moppen..., dat is het kostbare bezit van Max Tailleur, moppen over joodse mensen, die misschien niet goddelijk en heilig zijn, maar dat is ook helermaal niet nodig in een humanistische wereld waarin joden doodgewone mensen temidden van andere doodgewone mensen mogen zijn.

Laurel & Hardy's Big Business
Een Anarchistische Kerstfilm