De Ketterse Kathedraal


Play it cool

VKblog van zaterdag 4 september 2010 door Wim Duzijn


De wijsheid van Wu Hang-Li

In het verleden, vooral in mijn studietijd (ik heb sociologie gestudeerd in Utrecht, wilde na het afsluiten van de kandidaatsperiode mijn studie afronden in Amsterdam, maar liep mezelf dood op het moralistische geweld van asociale marxisten), maakte ik er een gewoonte van boekwinkels af te stropen, op zoek naar bijzondere spirituele boeken van bijzondere spirituele mensen.
Ik had gebroken met alles wat politieke en/of religieuze dwang wilde zijn, maar had desondanks behoefte aan denkers die ik zou kunnen beschouwen als vrienden, of lotgenoten. Helemaal alleen staan in het leven trekt uiteindelijk niemand aan...
Veel van die boeken heb ik in de loop der jaren uit mijn boekenkast verwijderd. Ik heb ze gelezen, ze hebben hun plicht gedaan en daarom konden ze weer terugkeren naar de plek waar ik ze vandaan heb gehaald: de boekwinkel, het antiquariaat, waar ze mogelijk de vriend worden van andere ontdekkingsreizigers.
Een van de weinige boeken die alle jaren door zijn betekenis voor mij hebben behouden is 'De wijsheid van Wu Hang-li', vertaald en ingeleid door Norbert Loeser.
Ik kies juist voor deze onbekende Oosterse filosoof, omdat ik bij hem de ware nuchterheid aantref, een bewustzijnstoestand die politici, van welk allooi dan ook, nooit zullen bereiken omdat ze weigeren in het volle (d.i. volledige, niet aan een willekeurige moraal gebonden) Leven te gaan staan.
Dat strenge woordje nuchterheid, dat ga ik in de toekomst heel vaak gebruiken, dat heb ik me voorgenomen, want het is werkelijk heerlijk om je als schrijver, die geboren is onder het Saturnale dierenriemteken Steenbok, op eigen terrein te begeven: het terrein van wat men aan het einde van de vorige eeuw op zo een valse wijze 'de nieuwe zakelijkheid' noemde - alsof er ook iets bestaat als 'oude zakelijkheid'...
Ja, ik ben nuchter en ik voel me daar uitstekend bij. Dat kan natuurlijk ook niet anders, omdat ik nuchter ben qua aard, terwijl de anderen domweg mee lopen met een modebeweging, zoals ze dat alle jaren door hebben gedaan.
Volstrekt maling hebben aan alles wat verwaand en ingebeeld is en nuchter en koeltjes de wereld intrekken, dat spreekt me wel aan, dat is in mijn ogen een hemels gebeuren.
Iedereen steekt elkaar de ogen uit. Iedereen holt achter een stel opportunistische idioten aan. Ze gunnen elkaar het licht in de ogen niet...
En daar kom ik aangewandeld: gekleed in een eenvoudig zwart kostuum, een stevige, maar zeer sober ogende leren tas, gevuld met eenvoudig belegde boterhammen, in de hand.
Lustig fluit ik een ernstig lied en ik trek mij van geen mens wat aan, zoals het een nuchter mens betaamt...
Nuchterheid heeft me mijn leven lang al aangesproken. Als puber bijvoorbeeld heb ik de beroemde liefdesfilm West Side Story wel vijf keer bezocht, omdat ik er op een nuchtere, standvastige manier helemaal weg van was.
Wanneer je me vraagt wat ik het mooiste moment in de film vond dan kan ik je het antwoord heel snel geven: Aan het einde, ik weet niet of je het je kunt herinneren, nadat de aanvoerder van de Latijns-Amerikaanse groep (Bernardo) is neergestoken door de wat zijige Tony, die de wilde jongensgroep heeft verlaten omdat hij op een niet-wilde wijze verliefd wil worden op (zoals de anderen het op zeer denigrerende wijze uitdrukken:) 'een meid'...., komen de andere leden van de groep bij elkaar in het een of andere pakhuis...
Iedereen is nerveus en onrustig, op het hysterische af, maar dan verschijnt er ineens een rustige jongen die de bendeleden tot kalmte maant: "Easy man, play it cool...", is zijn boodschap, een koele vermaning die de aanzet vormt tot een fraai gestileerd ballet, dat in feite niets anders is dan een vitale, mannelijke lofzang op de nuchtere, ernstige mens...


'West Side Story'
Bewerking van het verhaal van Romeo en Julia. De film gaat over Pools/Amerikaanse en Puerto Ricaanse straatbendes in de Upper West Side van New York City. De twee hoofdrolspelers, Tony en Maria, worden verliefd op elkaar, hoewel ze bij de verschillende straatbendes behoren. Tony hoort bij de 'Jets', en de Puerto Ricaanse Maria hoort bij de 'Sharks'. Beide straatbendes willen de straten van New York beheersen, waardoor de twee verliefden gedwongen worden rivalen te zijn. Toch is hun liefde voor elkaar te sterk en willen ze elkaar niet los laten.


Youtube Video: Play It Cool

ICE: You wanna live in this lousy world? You play it cool. ACTION: I wanna get even! ICE: Get cool! A-RAB: I wanna bust! ICE: Bust cool! ACTION: I wanna go! ICE: Go cool! Boy, boy, crazy boy Get cool, boy - Got a rocket in your pocket Keep cooly cool boy - Don't get hot Cause man you got Some high times ahead - Take it slow And Daddy-o You can live it up and die in bed - Boy, boy, crazy boy Stay loose, boy Breeze it Buzz it Easy does it Turn off the juice, boy - Go man, go But not like a yo-yo school boy - Just play it cool, boy Real cool Boy, boy, crazy boy - Stay loose, boy Breeze it Buzz it Easy does it Turn off the juice, boy - Just play it cool, boy Real cool...


Vals opschepperig schijn-intellectualisme. Je wordt er rijk mee in moralistenland, waar woorden weinig meer zijn dan de koperen centjes in de ouwe sok van grootpapa, maar het is allemaal niet aan mij besteed.
Wat moet ik met een zinloze vloed van dure woorden. Nee, geen grote, protserige reddingsboten voor mij, want daar heb ik geen greintje vertrouwen in. Vandaar dan ook dat ik hier wil wijzen op de uitspraken van de zonderlinge, buitenissige wijsgeer Wu Hang-li.

Wu Hang-li was geen verwaande oplichter, maar een nuchter en realistisch mens. "Slechts hij, die het werkelijk zijnde nauwkeurig in zich opneemt", merkt hij op, "zal de brug ontdekken die naar het waarachtige leven leidt."
Zijn leven als filosoof vangt aan nadat hij tijdens een droom wordt geconfronteerd met de twee grootste wijzen van zijn tijd: Confucius (de filosoof van het establishment) en Lao Tze (de filosoof van de buitenbeentjes).
Wu Hang-li kan geen keuze maken. Hij voelt weliswaar een zekere verwantschap met beide filosofen, maar geen van twee├źn bezit volgens hem de juiste leer.
In hevige tweestrijd verkerend vraagt hij zich af wat hij moet doen. Maar omdat een verlammend gevoel van besluiteloosheid bezit van hem neemt is hij tot ordelijk-logisch denken niet in staat, zodat hij weinig anders kan doen dan zich terugtrekken, vervuld van intense schuldgevoelens, omdat hij vreest dat hij de zaak van de wijsheid verraden heeft.
Op het moment dat hij dat doet, gebeurt er iets wonderlijks. Een geheimzinnig licht straalt om hem heen en het vreemde is dat die lichtgloed geen oorsprong heeft, heel eigenaardig is dat... Het licht is overal en het werpt geen schaduwen... Nergens in de ruimte valt een lichtbron te ontdekken...
"Het was niets als een helder en onbeweeglijk stralen... Niets was er meer dan dit aangename schitteren. Een zalig gevoel van ontspanning en vrede maakte zich van Wu Hang-li meester... Hij voelde zich licht en vrij. Een stem, een zacht, nauwelijks hoorbaar fluisteren, dat echter niets vreesaanjagends had, maar dat integendeel Wu Hang-li weldadig aandeed, vroeg:
'Wil je mij volgen, Wu Hang-li? Wil je de boodschap verkondigen van het Hemelse Licht dat op aarde nederdaalde?'
Wu Hang-li sprong op en wilde een hartstochtelijk 'ja' roepen, maar de toverglans was verdwenen... Wu Hang-li verliet de ruimte waar hij vertoefde... Met veerkrachtige tred, zingend en fluitend, liep hij naar huis; het was bijna geen lopen meer, het was eerder een dansen. Ja, dat was het: Wu Hang-li had het gevoel dat hij de heilige dans der vervulling danste..."

Het hemelse licht dat in de duisternis straalt.., het is het aloude en overbekende verhaal van het Christuskind dat ter verlossing van de mensheid op de wereld neerdaalt, om daar, via het meebeleven van het leven van doodgewone mensen, een intelligente vrijheidsdaad te stellen.
En juist omdat het zo'n bekend gegeven is haal ik het hier aan, om er op te wijzen dat er wel degelijk raakpunten bestaan die het Oosterse en het Westerse wijsheidsdenken met elkaar verbinden, raakpunten die alleen zichtbaar zijn voor diegenen, die de uitzonderingen, de buitenbeentjes serieus willen nemen.
Wu Hang-li is na zijn uitzonderlijke ervaring helemaal geen irrationele dweper, die met zijn hoofd in de wolken zweeft.
Integendeel, hij staat met beide benen op de grond en schuwt de confrontatie met ideologische bluffers en oproerkraaiers niet.
Zo ontmoet hij op een dag op een marktplein een man die, staande op een rotsblok, een opruiende redevoering houdt waarin gepleit wordt voor een hard optreden en het herstel van het bloed in zijn heilige rechten.
Een tijdlang luistert hij naar het oorlogszuchtige gebral van de redenaar om dan, plotseling, de steen onder zijn voeten weg te trekken, zodat de man met zijn gezicht op de grond terecht komt, hetgeen er toe leidt dat zijn neus heftig begint te bloeden.
Dol van woede springt de ander op en hij overlaadt de spottend lachende Wu Hang-li met een vloed van scheldwoorden.
"Hoe heftiger echter de man hem uitschold, des te guller werd de lach van Wu Hang- li.
'Hoe durf je me uit te lachen', schreeuwt de man, 'nadat ik door jouw gemene list gewond ben?'
En Wu Hang-li antwoordt: 'Ik heb slechts je eigen leuzen in praktijk gebracht en je hebt werkelijk ongelijk om me zo onheus te bejegenen... Wie de leer van het bloed predikt, die moet in de eerste plaats zijn eigen bloed er voor over hebben. Waarom ben je zo kwaad, nu ik je in de gelegenheid heb gesteld je woord door de daad gestand te doen?'"
De menigte begint te lachen en Wu Hang-li vervolgt:
"'Zo zijn deze helden van de grote mond die de leer van het bloed en het geweld prediken. Zodra zij een druppel van het eigen bloed zien vallen ze in zwijm.
Deze geweldenaar was gemakkelijk te ontmaskeren, maar hoevelen zijn er niet die listiger zijn dan hij - en die ik niet vangen kan?'"


Zie ook: Mijn horoscoop
en: Ik & de Ander