De Ketterse Kathedraal


Calvijn, Israel & de Stad van God

VKblog van donderdag 21 oktober 2010 door Wim Duzijn


"You saw me crying in the chapel
The tears I shed were tears of joy
I know the meaning of contentment
Now I'm happy with the Lord

Just a plain and simple chapel
Where humble people go to pray
I pray the Lord that I'll grow stronger
As I live from day to day...."


Fragmenten uit een artikel dat werd geplaatst op
de site van de Vereniging van Christen-Historici:
Het spanningsveld van civitas Dei en civitas terrena,
Jezus Christus en het nationalistisch-Israelitisch ideaal
door C. Verheij.

Het evangelie van Jezus Christus sluit elke vorm van discriminatie uit: want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden. Christus gaat in tegen het nationalistisch-Israelitisch ideaal van zijn dagen, dat bijvoorbeeld leidt tot discriminatie van de Samaritaan.
In Jezus' prediking wordt de gevloekte Samaritaan de barmhartige Samaritaan. Van de tien melaatsen die gereinigd worden, is er een die God de eer geeft: en dezelve was een Samaritaan.
Niet afkomst, maar de persoonlijke relatie tot God is de allesbepalende factor in het menselijk bestaan, zo blijkt uit Jezus' prediking.
Het joodse verleden, zichtbaar in historische gebouwen, telt vanuit dit gezichtspunt niet. De historisch en godsdienstig belangrijke plaatsen en gebouwen stelt Jezus onder het oordeel.
Jeruzalem, de nationale trots van de joden, is de stad die profeten doodt en stenigt. De tempel, het godsdienstig centrum, daarvan zal niet een steen op de andere gelaten worden.
Het evangelie van Jezus Christus leidt niet tot een onafhankelijke joodse staat, bevrijdt niet van de Romeinse overheersing, want Zijn koninkrijk is niet van deze wereld.
In prediking van Paulus worden de consequenties van het evangelie van Jezus Christus verder duidelijk. De slaaf Onesimus, die naar het Romeins recht geen rechtspersoon is, stelt Paulus aan Filemon voor als een broeder in Christus, want in de doop van Christus is noch dienstbare noch vrije.
Eenzelfde positieverbetering valt ook de vrouw ten deel. Ook zij is geen rechtspersoon, maar slechts voorwerp naar Romeins recht, maar in Christus' doop is geen man en vrouw, want gij allen zijt een in Christus.
Ook de verschillen tussen de volken vallen weg: in Christus is men noch jood noch Griek.
Het koninkrijk Gods is geestelijk: niet Israel naar het vlees, maar naar de Geest. Niet het aardse Jeruzalem, maar het Jeruzalem dat boven is, ja, onze burgerschap is in de hemel.
In Paulus' prediking zijn de nationale verschillen volkomen onbelangrijk, want het evangelie van Jezus Christus leidt tot de vrijheid der kinderen Gods.
Met Constantijn de Grote, die het christendom vrijheid van godsdienst verleent, lijkt de positie van de christenen fundamenteel te veranderen.
Wordt de Romeinse staat omgezet in een civitas Dei? Het is Augustinus, die in zijn De civitate Dei contra paganos stelt dat de civitas Dei en de civitas terrena tot aan de voleinding der wereld kwalitatief onderscheiden blijven en dat in deze bedeling door de realiteit van de zonde beide civitates gemengd zijn.
In de Middeleeuwen echter wordt de civitas Dei gelijk gesteld aan de katholieke kerk van Rome.
De kerk als eschatologische grootheid wordt in de theologie gedeformeerd tot een historisch fenomeen, waarbij de paus als plaatsvervanger van Christus aan het hoofd van de ene historische en universele kerk staat.
De kerk is hier niet langer een geestelijk-zedelijke gemeenschap zoals bij Augustinus, maar wordt een instituut met grote pretenties op maatschappelijk en politiek terrein.
In de visie van middeleeuwse geleerden krijgt ook het Romeinse Rijk een veel positiever en absoluter betekenis dan in de visie van Augustinus.
Dit rijk is een direct gevolg van Gods wil, waarin Hij uitdrukt dat de mensheid door een allesomvattend imperium moet worden geregeerd.
Het Romeinse Rijk waarborgt in de wereld de gerechtigheid, vroomheid en algehele vrede. Zij is daartoe gerechtigd omdat ze de wereld door rechtvaardige oorlogen aan zich onderworpen heeft.
Helaas ontaardt de kerk daardoor niet zelden in een ordinair machtsinstituut.
Het instituut kerk identificeren met de kerk van Christus en menselijk en goddelijk gezag op een lijn stellen vormen de wortels van deze ontaarding.
Het is Calvijn geweest die de middeleeuwse pretenties van een wereldkerk en wereldstaat heeft afgewezen.
Identificatie van de kerk van Christus met het hiƫrarchisch geleide heilsinstituut, dat over de genademiddelen beschikt en staat onder het primaat van de bisschop van Rome, is onjuist.
Calvijn belijdt de onzichtbare kerk, de vergadering der uitverkorenen, die in een geloof, hoop en liefde aan Christus verbonden is. Die kerk bestaat uit gelovigen van alle tijden en plaatsen en uit alle naties en volken.
Ook de positieve waardering van het Romeinse Rijk wijst Calvijn af. Zijn oordeel over dit rijk is vernietigend. Haar karakter was tiranniek.
Het instituut wereldkerk en het instituut wereldstaat kunnen niet de brandpunten vormen van de kerk van Jezus Christus, die geestelijk van karakter is.
Met dit geloofsstandpunt, gefundeerd in de Heilige Schrift, grijpt Calvijn terug op het getuigenis van de oud-christelijke kerk en is hij in de ware zin van het woord reformerend bezig.

Israel & Amerikaans Imperialisme
Commentaar van Wim Duzijn

Zowel Calvijn als Luther wezen het nationaal-Israelitische ideaal af (vooral Luther verwerpt het joodse nationalisme via een scherpe, door sommigen zelfs 'antisemitisch' genoemde, veroordeling van het Joods-Talmoedische gedachtegoed dat enerzijds het Messiasschap van Jezus verwerpt en anderzijds het Messiasschap en daaraan gekoppeld leiderschap van 'het joodse uitverkoren volk' op extreme wijze benadrukt).
Dat nationalistische ideaal speelt binnen de wereld van het religieuze en seculiere zionisme momenteel een grote rol. Atheisten omarmen in Israel zonder blikken of blozen het meest rechtse gedachtegoed van ultra-orthodoxe Talmoedgeleerden, mensen die rustig stellen dat de niet-jood (de mens zonder ziel) er is om de jood (als drager van de goddelijke ziel) te dienen, een opvatting die teruggrijpt op de gedachten van de xenofobe farizeische schriftgeleerden waar de Jezusfiguur in het evangelie zich tegen afzet.
Zionisten willen de macht van het Amerikaanse imperium gebruiken om een vals beeld van rechtvaardigheid op te roepen.
Zoals hierboven (in het betoog van Verheij) wordt wordt gesteld: "Het rijk waarborgt in de wereld de gerechtigheid, vroomheid en algehele vrede. Zij is daartoe gerechtigd omdat ze de wereld door rechtvaardige oorlogen aan zich onderworpen heeft."
Barack Obama gebruikte precies dezelfde redenering tijdens de uitreiking van de aan hem toegekende Nobelprijs voor de Vrede: Amerika mag oorlog voeren omdat haar oorlogen 'rechtvaardig' zijn.

Belangrijk vertegenwoordiger van het extreem-rechtse religieuze Talmoediaanse machtsdenken is Rabbi Ovadia Yosef (Talmudic scholar, former Sephardi Chief Rabbi of Israel").
Ovadia Yosef vertegenwoordigt de groep van ultra-orthodoxen in Israel, een minderheid die dank zij het feit dat Israel 'een joodse staat' moet zijn onevenredig veel invloed heeft verworven.
De man laat iedereen die weigert volgens het wetboek van het door hem Goddelijk verklaarde joodse rabbinaat te leven voor eeuwig branden in de hel.
Ben je een Palestijnse nationalist? Dan moet je branden. Wijs je de joodse staat af? Dan moet je branden. Kies je voor een niet-religieuze opvoeding? Dan moet je branden...
Een zeer rechtse - want rechtlijnige - denker dus, die de wraak van een wrede joodse stamgod boven als zinloos ervaren universele zaken als mededogen en barmhartigheid plaatst.


Zie ook: Gilad Atzmon,
From Rabbi Yosef to Marx