Politicologen & het Karl Marx Instituut
absurdisme en links utopisme in de stad Amsterdam

Na het voltooien van een kandidaatstudie sociologie aan de Universiteit van Utrecht, die afgerond werd met een literatuurscriptie waarin werd gepleit voor een multidisciplinaire aanpak van sociale en maatschappelijke problemen (samenwerking van sociologen, sociaal-psychologen en politicologen), besloot ik een overstap te maken naar de Universiteit van Amsterdam.

Het was een beslissing die - zoals ik achteraf en veel te laat inzag - mijn leven volledig op zijn kop zette. Ik was altijd al een buitenbeentje geweest, niet iemand die hallekidee roepend over de wegen van het Hollandse amusement zwiert, maar de tocht door de wereld van links Amsterdam heeft van mij een aarts-pessimist gemaakt.
Het plan om een doctoraal-studie in de politicologie te voltooien in Amsterdam werd eind 1969 besproken met professor Hans Daudt, die een werkkamer had in het Instituut voor Politiek en Wetenschap aan de Amsterdamse Herengracht.
Naief als ik was ging ik er vanuit dat rellen en toestanden (denk aan de Maagdenhuisbezetting in 1969) zich niet zouden afspelen in wetenschappelijke instituten, een misvatting dus, die catastrofaal uitpakte, omdat in het gesprek met Daudt mij wel een literatuurlijst werd overhandig, maar geen adressen waar ik bij eventuele problemen hulp zou kunnen vragen. Het minste wat je als nieuweling kunt verwachten is dat je in kontakt wordt gebracht met andere oudejaars die als mentor kunnen fungeren.
Ik had er natuurlijk zelf om kunnen vragen, maar zoals gezegd, ik was naief, en zag niet in dat allerlei onverwachte gebeurtenissen van je bestaan een zee kunnen maken, waarin maar een devies geldt: Zwemmen of verzuipen.

Hans Daudt heb ik na dat gesprek nooit meer gezien. De man werd tot haatobject uitgeroepen door linkse studenten die het instituut overnamen en zag zich genoodzaakt zichzelf terug te trekken in een eigen leefwereld, omringd door vertrouwelingen. Daar maakte ik als nieuwkomer geen deel van uit.
Ik heb toen alles misliep wel contact gezocht met studentendecanen, maar die konden weinig voor me doen. De linkse bezetting werd als gegeven geaccepteerd, en de enige raad die me geven werd was mijn heil maar ergens anders te zoeken....



Wrang bij dit alles was dat ik helemaal geen principiële anti-Marxist was. Alles wat ik afwees was 'grof staatscommunisme': Stalinisme (in de Sovjet-Unie en de DDR) en anti-intelectueel Mao-isme (in China).
Ik maakte verschil tussen het werk van de jonge idealist Marx en de saaie, oud geworden materialist, die als schrijver van 'Das Kapital' bekend geworden is.
In Utrecht heb ik een klein werkstuk gemaakt waarin de denkbeelden van 'de jonge Marx' worden belicht (zie de link hieronder)

De Jonge Marx

Het Oudemanhuispoort-complex, waar zich collegezalen
van de Universiteit van Amsterdam bevonden (de foto rechts is van 2010).

Hans Daudt (Amsterdam, 12 januari 1925 – aldaar, 18 oktober 2008) was een Nederlandse politicoloog en hoogleraar aan de subfaculteit sociale wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam, destijds FSW-A, thans Subfaculteit Politicologie.

In de periode na de Maagdenhuisbezetting werd Daudt doelwit van kritiek van zijn studenten. De studenten vonden zijn colleges 'niet maatschappijkrities genoeg' en eisten 'confrontatiestudie' en meer 'antikapitalistiese literatuur'. Zij vonden dat Daudt een te beperkte, engere opvatting van de politicologie koesterde.
Daudt wenste echter geen duimbreed toe te geven aan de 'beunhazen' met hun 'quasi-marxistische flauwekul'. Hij schreef in 1984 in NRC Handelsblad: "Politicologie trekt mensen aan die zich emotioneel betrokken voelen bij de maatschappij. Dat kan op gespannen voet komen te staan met de wetenschappelijke attitude, die distantie en reflectie vereist. Dat maakt politicologie tot een schizofrene bezigheid."

Eind 1969 kwam hij in het nieuws door zijn confrontaties met linkse studenten in de studentenbeweging, met name vanuit de Amsterdamse studentenvakbond ASVA en de faculteitsvereniging voor politicologiestudenten Machiavelli.
Daudt wilde geen concessies doen aan hun eisen over 'maatschappelijk relevant onderwijs', maar gewoon 'een vak leren'.
Uiteindelijk staakte hij zijn hoorcolleges, uit protest tegen wat hij betitelde als een sfeer van 'opruien, verdachtmaken en woordterreur'.
Daudt trok zich terug met een medewerker in een pand aan de Herengracht (Instituut voor Wetenschap der Politiek), waar hij voor kleine groepen studenten doceerde.
Het programma van de 'officiële' politicologie aan de Universiteit van Amsterdam karakteriseerde hij als "Vijftig procent marxisme, veertig procent feminisme en tien procent kritiek op boeken die we nooit gelezen hebben". Later schreef hij een betoog over de studentenactivisten van destijds, getiteld Nieuwe Regenten.

Hans Daudt was geen man van opgeven
Max Pam 23 oktober 2008

Hans Daudt was niet alleen een aardige man, hij kan ook beschouwd worden als een ware sociaal-democraat. Dat laatste is pas later erkend, want Daudt heeft vele jaren symbool gestaan voor alles wat de linkse studentenbeweging verafschuwde.
Onze paden hebben zich op verschillende moment gekruist. Eerst was hij mijn hoogleraar, toen ik een blauwe maandag politicologie studeerde aan de Universiteit van Amsterdam. Dat was uitgerekend in de tijd dat de ‘affaire-Daudt’ speelde...
De activist Walter Etty maakte in die tijd furore door de bureaustoel van Daudt te kidnappen, een gebeurtenis die als een verzetsdaad werd gevierd. Andere studenten grendelden Daudts werkkamer af met een ketting, dit alles met het oogmerk het universitair onderwijs in Marxistische richting af te buigen.
Aan de vulgarisering van zijn vak wenste Daudt niet mee te doen. Hij staakte het geven van colleges, en met een aantal getrouwen trok hij zich terug.
In de jaren tachtig zocht ik hem op om nog eens na te praten over wat er allemaal op de universiteit was gebeurd. Er was toen juist een rapport verschenen van Abram de Swaan, ooit Daudts grote tegenspeler. Het rapport van De Swaan ging dan wel over de sociologen, maar bevestigde de kwalitatieve neergang zoals die door Daudt was voorspeld.
Zelf zat Daudt nog steeds op een afgelegen kamertje en gaf hij slechts colleges aan belangstellenden. ‘Wie had dat kunnen denken’, zei hij, ‘ik ben nu zelf een soort alternatief geworden.’
Een querulant vond hij zichzelf niet, ‘maar mijn tragiek is dat ik voor alle banen ben gevraagd, alleen niet voor degene die ik nu heb’.

Een Marxistisch en anti-autoritair instituut
Wouter Bax, 22 oktober 2008

Toen Hans Daudt hoogleraar werd, woedde er al een taaie richtingenstrijd die in 1969 ontplofte. Hoewel Daudt sociaal-democraat was, paste hij ervoor zich uitputtend te verantwoorden tegenover zijn steeds langhariger wordende studenten.
Daudt streefde een waardevrije wetenschap na, want hij had zijn bekomst van totalitaire ideologieën die onder het mom van wetenschap propaganda bedreven.
Zijn houding werkte als een rode lap op een stier bij de groep studenten die van de faculteit een Marxistisch en anti-autoritair instituut wilde maken. De staf van de universiteit en linkse politici keken werkeloos toe hoe de studenten de boel op zijn kop zetten, tot Daudt zijn staking afkondigde.
Daudt weigerde te discussiëren met zijn tegenstanders, die geleid werden door Marxistische studenten als de latere hoogleraar Siep Stuurman.


Zie ook: Karl Marx Universiteit, een roman over de linkse revolutie in Tilburg
Tymen Trolsky (Jasper Mikkers), Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, November 2009

Hans Daudt & de vijanden van de waardevrije wetenschap

Waar Hans Daudt als verdediger van 'de waardevrije, objectieve wetenschap' werd weggezet als 'rechtse zielepoot' (een van mijn linkse vrienden maakte over zulke hoogleraren grappen als 'hoogleraren in de loopgraaf, zand erover..'), daar was zijn medewerker Lucas van der Land de grote vriend van de rebellerende studenten.
Hij werd daarbij gesteund door vrienden die deel uitmaakten van de beweging 'Nieuw Links' in de Partij van de Arbeid. Op de foto hierboven zie je hem samen met Hedy d'Ancona en Bram Peper.
Nieuw Links wees het harmoniedenken van Willem Drees Sr af en pleitte voor polarisatie.

Ik & Nieuw Links

Ik heb Lucas van de Land een keer ontmoet, een herinnering die ik mijn leven lang zal blijven herinneren, omdat het een erg tragisch, ja zelfs traumatisch gebeuren was. Heel argeloos en naief namelijk had ik me, met een tas vol studiemateriaal, naar het zalencomplex aan de Oudemanhuispoort begeven en daar plaats genomen in de collegezaal waar Daudt verondersteld werd les te geven.
Ik zat achterin de zaal, helemaal in mijn eentje op een van de banken (zie foto van de collegezaal hierboven) en verwonderde me over het feit dat er geen mens kwam opdagen. En dat niet alleen, ik vond het een beetje eng, want je bent nieuw, het is je eerste ontmoeting met 'de anderen', en dan komt er helemaal niemand..., dan tref je jezelf moederloos alleen aan in een lege hel verlichte ruimte, en dat is een heel beangstigende ervaring.
Na een tijdje hoorde ik wat rumoer op de gang. Ik pakte mijn tas weer op en liep naar buiten.
En daar ontmoette ik Lucas. Hij vormde het middelunt vcan een groep protesterende studenten die, zo ontdekte ik, de zaal hadden bezet, dat wil zeggen, ze hadden een cordon gevormd dat moest verhinderen dat de gehate rechtse hoogleraar de zaal zou kunnen binnengaan.
Lucas zei dat Daudt zich terug zou trekken en dat er een aantal werkgroepen zou worden gevormd..., een voorstel waar ik als nieuweling weinig aan had, omdat ik als kandidaat sociologie naar Amsterdam was gekomen om er een op mij toegespitste doctoraalstudie te voltooien.
De rebellerende groep had alleen interesse voor de eigen linkse idealen en zaken als studiebegeleiding, mentor zijn voor nieuwelingen en meer van dergelijke praktische zaken die een nieuweling nodig heeft bestonden in hun denkwereld domweg niet.
Ik was in hun idealistenwereld een NIKS, een NIEMAND, en omdat Daudt werd weggejaagd en zich terugtrok in een eigen wereldje, met studenten die tot zijn bekendengroepje behoorden, viel ik tussen wal en schip.
Tot overmaat van ramp werd begin 1970 het Instituut voor Politiek en Wetenschap (waar Daudt zich had teruggetrokken) uitgeroepen tot 'Karl Marx Instituut', compleet met rode vlaggen en posters van communistische helden aan de muur, zodat ik ook daar geen hulp kon zoeken, omdat de Marxisten er - zoals ze dat zo heerlijk sociaal konden uitdrukken - de macht in handen hadden.
Het is dan ook geen wonder dat ik behoorlijk depressief raakte in die periode en me terugtrok op mijn zolderkamer, waar ik mijn gevoelens omvormde tot het kleine Amsterdamse Dagboek dat je op deze boekensite kunt vinden.

Klik hier voor het Amsterdamse Dagboek

Ik op mijn Amsterdamse zolderkamer. Een tijd van bezinning. Alleen moeten zijn in een wereld die zich 'socialistisch' noemt. Inzien dat de wereld waarin je leeft absurd is. Informatie zoeken bij de absurdisten in filosofie en literatuur. Ook op zoek gaan naar antwoorden binnen de wereld van spiritualiteit en occultisme.
In hoeverre word je leven bepaald door het blinde noodlot? Wie en wat ben je als enkeling wanneer mensen weinig meer zijn dan willoze marionetten in een spel dat niet door rationele krachten wordt bepaald...?

Uit een asiel in Amstelveen een jong katje opgehaald. Grote tas gekocht in een dierenwinkel. Bus gepakt. Kat erin.
Vanwege de rood-bruine kleur de naam HOMMEL gegeven. Aardig wat problemen in het begin omdat het katje niesziekte bleek te hebben, best wel een gevaarlijke ziekte waar katten dood aan kunnen gaan.
Na een antibioticakuur trad herstel in, maar mijn kat heeft altijd last gehad van een tranend oog. Best wel symbolisch eigenlijk, een kat die samen met jou huilt op een zolder, hoog verheven boven het linkse geweld in Amserdam...