SOCIALE VERANDERING,
SOCIALE BEWEGING EN MARGINALITEIT

de schrijver in 1969

literatuurscriptie - utrecht, november 1969,

HOOFDSTUK I.
inleiding en probleemstelling

1. Inleiding

Met deze scriptie begeven wij ons op het terrein van sociale verandering, een terrein dat uitermate boeiend is vanwege de mogelijkheid inzicht te verkrijgen in het menselijk gedrag, dat toch vooral gekenmerkt wordt door een voortdurende dynamiek, een terrein echter dat moeilijk begaanbaar is omdat van enige systematische analyse op dit gebied nauwelijks sprake is.
In deze snel veranderende wereld, stelt Hagen, is de socioloog nog niet veel verder gekomen dan het geven van namen aan manifestaties van verandering zoals nationalisme, modernisme. revolutie; van de krachten die het proces van sociale verandering veroorzaken en de loop van het veranderingsproces bepalen weten we nog maar zeer weinig (1). De aandacht van de sociologen, zegt Boskoff, heeft zich lange tijd voornamelijk gericht op begrippen als sociale structuur en sociale organisatie, en niet zozeer op sociale verandering (2).
Hagen geeft de volgende verklaring van dit gebrek aan kennis: enerzijds constateert hij de complexiteit van het veranderingsproces die, gecombineerd met de betrekkelijke jeugd van de sociale wetenschappen, bestudering bemoeilijkt, anderzijds ziet hij een ontbreken van coŲrdinatie tussen de drie belangrijke menswetenschappen t.w. culturele antropologie, sociologie en psychologie (3).
Vooral met dit laatste argument kunnen wij het eens zijn, en wij willen dan ook met Hagen pleiten voor een interdisciplinaire aanpak van het proces van sociale verandering. +)

+) Wij zouden daarbij, zo stelt Hagen, een voorbeeld kunnen nemen aan de politieke wetenschap, waar een zekere integratie van bovengenoemde menswetenschappen reeds is bereikt, met name bij de bestudering van sommige aspecten van politiek gedrag (4).

Een eerste bescheiden poging tot integratie van inzichten uit de diverse wetenschappen willen wij ondernemen in deze scriptie wanneer we zullen trachten bepaalde vormen van politiek extremisme in verband te brengen met frustratie en onzekerheid van het individu.
Wij stellen in deze scriptie doelbewust het individu centraal omdat wij van mening zijn dat voor een beter begrip van de gebeurtenissen om ons heen een doordringen in de subjectieve wereld van het menselijk individu noodzakelijk is. Iedere waaromvraag zal ons onvermijdelijk voeren naar dit individu en zolang binnen de sociologie de mens als beslissende schakel ontbreekt zal haar arbeid ertoe leiden dat het individu ondergeschikt wordt gemaakt aan sociale structuren en sociale organisaties, waarmee de sociologie een ideaal werktuig vormt voor ideologen en maatschappijvernieuwers die de mens willen inpassen in structuren die zij hebben ontworpen en als de enig juiste propageren (+).
Een ander, meer praktisch, bezwaar is dat binnen de sociologie het empirisch materiaal, gebaseerd op "objectieve waarnemingen aan de feiten", in kwantiteit toeneemt en tot steeds grotere verwarring leidt (++).

+) De sociologie stelt zich daarmee niet in dienst van de mensheid zoals velen beweren maar in dienst van een kleine groepering die haar inzichten wenst te verwezenlijken en het bestaan van andere inzich¨ten volkomen negeert.
++) Zo zien we in de sociologische literatuur een pogen verband te leggen tussen sociale mobiliteit en politiek extremisme, Er bestaat een grote hoeveelheid empirisch materiaal dat echter ieder antwoord onmogelijk maakt vanwege de tegenstrijdige resultaten. Deze tegenstrijdigheden zouden wel eens het gevolg kunnen zijn van de negatie van de mens als beslissende schakel. Misschien zou het beter zijn een tweedeling tot stand te brengen: enerzijds de relatie mobiliteit - individu. anderzijds de relatie individu - politiek extremisme. (In deze scriptie zal de lezer deze tweedeling terugvinden: aandacht wordt besteed aan de relatie sociale beweging - marginaliteit; aandacht wordt ook besteed aan de processen die het individu in een marginale situatie brengen).

Centraal staat in onze opvatting dus het individu dat kiest uit de mogelijkheden die hem ter beschikking staan. Deze zienswijze vinden we terug bij George Herbert Mead, die de mens ziet als een reagerend wezen dat geconfronteerd wordt met verschillende situaties die hij interpreteert en waaruit hij kiest. De mens is geen louter antwoordend wezen, het menselijk gedrag niet slechts een respons op factoren die van buiten komen; de mens is een vrij willend wezen, een organisme dat beschikt over een eigen identiteit, "the self" (5).

Het individu reageert op bepaalde psychische spanningen en zal deze proberen op te lossen. Op welke wijze doet hij dat? In deze scriptie willen wij proberen een antwoord op deze vraag te formuleren. Wij willen echter duidelijk stellen dat wij niet pretenderen een volledig antwoord te geven; wij geraken hier namelijk op het bijzonder gecompliceerde terrein van de menselijke persoonlijkheid. Toch willen wij ons daardoor niet laten afschrikken en we zullen in ieder geval een poging ondernemen. Wij weten ons daarbij gesteund door de uitspraak van Hagen, die luidt: 'The student of society or culture who does not have thorough professional competence in the psychology of personality is obsolescent' (6).
We moeten ons niet laten weerhouden door bestaande wetenschappelijke tradities. Ieder gegeven dat ons inzicht in het maatschappelijk gebeuren kan vergroten moet gebruikt worden, ook al vallen deze gegevens buiten het terrein van sociale grootheden in termen waarvan men binnen de sociologie het menselijk gedrag wenst te verklaren.

2. Probleemstelling.

Wij hebben reeds geconstateerd dat wat betreft de theorievorming sociale verandering een onderontwikkeld gebied is. Toch bestaat er een aanzienlijke hoeveelheid materiaal over belangrijke verschijnselen die ten nauwste samenhangen met sociale verandering zoals sociale bewegingen, sociale mobiliteit, urbanisatie en acculturatie. Nauwkeurige analyse van studies op deze gebieden zal, volgens Boskoff, bijzonder vruchtbaar zijn voor de studie van sociale verandering. In deze scriptie zal aandacht worden besteed aan de sociale beweging als bron van, en als manifestatie van sociale verandering. De relatie sociale beweging - sociale verandering zal bij de bespreking van het begrip sociale beweging iets uitvoeriger ter sprake komen.
Een belichten van het verschijnsel sociale beweging lijkt ons van groot belang. Wij zien ons geplaatst in een wereld waarin zich in steeds sneller tempo veranderingen voordoen, We zien de opkomst van nieuwe staten, modernisatie. politieke omwentelingen en het blijkt dat bij een groot aantal van deze veranderingen sociale bewegingen een rol spelen.

Een sociale beweging kan gedefinieerd worden als een verzameling individuen die zich georganiseerd hebben teneinde bepaalde veranderingen na te streven. Deze oppervlakkige definitie doet onvermijdelijk de vraag naar voren komen waarom mensen zich verenigen om veranderingen tot stand te brengen. Hoe komt het dat bepaalde personen binnen een samenleving openstaan voor nieuwe ideeŽn die bestaande waarden, bestaande instituties aantasten? In deze scriptie willen wij ons bezighouden met de vraag: Is het misschien de marginale positie die het individu inneemt in de samenleving die hem ertoe brengt veranderingen na te streven? Omdat wij ons beperken tot die veranderingen die door een sociale beweging worden nagestreefd zal de vraagstelling luiden: Kunnen sociale bewegingen en politiek extremisme (als deelaspect daarvan) verklaard worden vanuit de marginale positie die het individu inneemt binnen de samenleving?
Tevens willen wij ingaan op de vraag welke factoren binnen een samenleving aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van psychische spanningen en onzekerheid (kenmerkend voor het marginaal zijn +).

+) Wij willen hier uitdrukkelijk stellen dat wij het begrip psychische spanningen op generlei wijze in verband wensen te brengen met abnormaliteit of geestesziekte. Wij stellen ons hier op het standpunt dat reacties op psychische spanningen functioneel of disfunctioneel kunnen zijn voor individu en samenleving. Zo kunnen wij ons voorstellen dat zelfmoord en irrationele agressie afgewezen worden als zijnde disfunctioneel voor individu en samenleving, Wij kunnen ons echter ook voorstellen dat velen op grond van ethische bezwaren het nuchtere standpunt van het functioneel zijn van bepaalde gedragsvormen afwijzen. Wij zijn echter de mening toegedaan dat het wat kil klinkende begrip functionaliteit een belangrijk hulpmiddel is in een wetenschappelijk begrippenapparaat.

Op de vraag 'hoe psychische spanningen tot stand komen' zullen wij ingaan wanneer in deze scriptie de mogelijke bronnen van marginaliteit ter sprake komen.

3. Centrale begrippen.

Belangrijke begrippen die in deze scriptie voorkomen zijn:

  • 1) Sociaalstructurele en culturele factoren die het individu in een situatie brengen waarin het geconfronteerd wordt met tegenstrijdige verwachtingen (een marginale situatie).
  • 2) Marginaliteit. het zich bevinden in een ambivalente situatie (voorlopige definitie).
  • 3) Psychische spanningen, frustratie, voortvloeiend uit een marginale positie.
  • 4) Innovatie: Politiek extremisme/sociale beweging (mogelijk voortvloeisel van 3).
  • 5) Sociale verandering: structurele en/of culturele veranderingen binnen een sociaal systeem (hangt ten nauwste samen met 4).
  • Noten:

    * 1. Hagen (1963), p.3 - * 2. Boskoff (1957), p.260 - * 3. Hagen (1963), p. 3/4 - * 4 Idem, p 3/4 - * 5. Deze uitspraak is ontleend aan Blumer (1965/66), p. 542 - * 6. Hagen (1963), p.5

    Literatuurlijst

      Boskoff, A. Social Change, in:
        Modern sociological theory in continuity and change,
        H. Becker and A. Boskoff, eds., 1957

      Blumer, H. Sociological implications of the thought of
        George Herbert Mead.
        The American Journal of sociology, vol 71 (1965/66), pp. 535-544

      Hagen, E.E. On the theory of social change, 1963.