Eenvoud & Theocratische Chaos
Wim Duzijn

Revolutie in het Gekkenhuis is een wending in de Nederlandse letteren.

Het bevat korte verhalen die geschreven zijn in een verfrissend proza: lichtvoetig en direkt, zo helder en simpel, dat gesproken kan worden van een breuk met de heersende literatuuropvattingen, die er, volgens de auteur, op zijn gericht de lezer in te lijven in een burgermanswereld, waarin slechts plaats is voor oppervlakkigheid, levensangst of oeverloos gezeur.
De verhalen variëren van bizar tot regelrecht ontroerend, met één duidelijke lijn: het gevecht van het individu met de verstikkende maatschappelijke krachten...

De Humanist & de Theocraat

We leven in een theocratische wereld, een wereld die we joods-christelijk noemen, omdat ze gedomineerd wordt door de heilig verklaarde staten Amerika en Israel.
Heilig betekent binnen de wereld van de politiek: verheven zijn boven de wereld van de gewone mensen met haar gewone mensenwetten.
De heilige is de vertegenwoordiger van een almachtige God en als zodanig heeft hij altijd het gelijk aan zijn zijde. Dat er ook mensen zijn die minder waarde hechten aan macht interesseert hem niet. Zonder macht kan een heilige (d.w.z arrogante en zelfingenomen) politicus nu eenmaal niet 'goddelijk' zijn.

De meeste mensen maken zich er niet bijzonder druk over. Ze doen net alsof religie geen enkele rol speelt in hun leven en ontkennen rustig alles wat niet ingepast kan worden in hun mooie, optimistische wereldbeeld, waarop ze graag het etiket 'modern' plakken.
Het vervelende echter is dat religieuze machtdenkers zich niks aantrekken van het kinderachtige ontkenningsdenken van zogenaamde modernisten, zodat zij - door niks en niemand gehinderd - een wereld scheppen waarin de naar objectief weten verlangende mens, de humanist die zich aan gene zijde van goed en kwaad probeert op te stellen, niet kan of mag bestaan.
De religie ontkent hem, immers: de mens dient te geloven in het primaat van de macht (theocratie is geen vrijheid of bevrijding maar altijd morele dwang), en de modernisten ontkennen hem eveneens, want ook voor hen geldt dat de mens dient te geloven in het primaat van de macht (kunst en kennis zijn economische instrumenten en maken derhalve alleen de machtigen vrij).

De willoze overgave aan het machtsdenken met zijn op vervalsing van de waarheid gerichte moraal verplicht dwangdenkers afstand te doen van een verlangen naar weten dat hen los wil rukken uit de wereld van het net doen alsof, een gemakzuchtige geloofswereld die Karl Marx waarschijnlijk tot de verzuchting zou brengen dat kunst, religie en wetenschap in onze wereld 'opium voor machtaanbidders' geworden zijn.

Een vals-morele ‘doe maar net alsof’-wereld, waar de heldere eenvoud van de logica wordt ontkend, schept meestal weinig goeds.
In zo'n wereld heerst de wet van de onderbuik die gedachteloze irrationaliteit oneindig sterk maakt, zodat alles wat rationeel wil zijn zwak en krachteloos door het leven moet gaan.
Dat zwakke, krachteloze mensen door sterke machthebbers niet serieus genomen worden is een feit dat niet ontkend kan worden wanneer je bereid bent de oneindige reeks van aan het Midden-Oosten gewijde artikelen te bestuderen.
Wie dat doet die ontdekt dat niet alleen de islamitische fundamentalisten, maar ook - en zelfs vooral - de christelijk-zionistische fundamentalisten (‘God heeft ons tot wereldleiders uitgeroepen’) het modernisme afwijzen, terwijl diegenen die zich 'intellectueel' noemen hoogdravende protestpamfletjes schrijven die ze net zo goed niet hadden kunnen schrijven omdat aan macht verslaafde theocraten datgene bezitten wat de intellectuele wereld mist: een immense bodemloze vuilnisbak, waarin alle vervelende en als gezeur beschouwde intellectuele betoogjes ongelezen worden gedumpt.

Wie zoiets ziet: wie ontdekt dat al het mooie, rationele gepraat en al het serieuze gefilosofeer volmaakt zinloos wordt gemaakt in een wereld waarin altijd de sterkste wint, die gaat zichzelf de vraag stellen waarom in een zich modern noemende wereld altijd de naar waarheid verlangende intelligente mens de zwakste moet zijn.

Zwak moeten zijn

Serieuze kunstenaars stellen de vraag naar ‘het zwak moeten zijn’ voortdurend.
De schrijver Willem Frederik Hermans (bijvoorbeeld) was een bang kind dat zijn angst en kwetsbaarheid verborg achter stoer lijkend geschreeuw en dikke, gewichtig ogende boeken, die in feite weinig betekenis hebben omdat ze niet in staat zijn 'de intelligente mens' (die meer is dan de egoïst die een belangrijk kunstenaar wil zijn) sterker te maken - hetgeen toch eigenlijk de bedoeling zou moeten zijn van artistiek werk dat een aanval op de macht van de collectieve domheid beoogt te zijn.
Hermans koos voor 'nihilisme'. Hij verklaarde zich met niemand solidair, een uiting die waarschijnlijk ingegeven werd door wantrouwen, de angst als eerlijk, kwetsbaar mens bedrogen te worden door domme mensen die alleen maar kunnen liegen.
Een dergelijke vorm van nihilisme is zinvol voor de mens die egoist wil zijn, maar voor alle anderen is het een denkvorm die je alleen maar leegte schenkt...: je hebt niets en je zult nooit iets krijgen ook...
Dat betekent dat mensen die voor een humanistische benadering willen kiezen (kunst menselijk willen maken) moeten beginnen met een duidelijk uitgesproken solidariteitsverklaring..: jezelf solidair verklaren met al diegenen die het dom makende geloof afwijzen, hetgeen in mijn geval een keuze is voor de gnosis (het naar weten verlangende humanisme) en een radicale afwijzing van de op verlangen naar macht gebaseerde theocratie (het gelovige collectief dat via de politiek morele dwang uitdraagt).

Je solidair verklaren met de gnosis (de solidaire gemeeschap van eenlingen die alleen maar mens willen zijn) betekent niet dat je tegen alle vormen van religiositeit moet zijn.
Integendeel: gnosis erkent de behoefte van individuele mensen aan spiritualiteit en weigert daarom spiritualiteit belachelijk te maken via een keuze voor machtsdenken dat spiritualiteit loskoppelt van het individu (een praktijk die kenmerkend is voor alle vormen van theocratisch handelen).
Gnosis is - heel simpel gesteld - niks anders dan de anarchistische leus: "Geef elk mens zijn eigen altaar".
Waar de theocraat altijd het eigen huisaltaar wil vernietigen, vanuit de opvatting dat de mens de slaaf moet zijn van 'het grote eenheidsaltaar' van de massamens, daar bouwt de gnosticus een huis met honderd altaren - of duizend - of een miljoen...
Het grote eenheidsaltaar maakt alleen maar de massamens sterk, terwijl het kleine huisaltaar mensen respect bijbrengt voor de enkeling, de humanist die zonder zich te bemoeien met anderen het mysterie eert: een houding die noodzakelijk is, wil je een wereld scheppen waarin bevrijdende kunst serieus genomen wordt.

Elk mens zijn eigen altaar

Eigen altaren bezitten is een gewoonte die binnen een theocratie (waarbinnen de machthebber bepaalt wie ‘God’ is) niet bestaat. Dat is de reden waarom een theocraat nooit in een eenling die de mens een eigen altaar aanbiedt een bevrijder of verlosser kan zien.
De theocraat wil in een verlosser 'God' zien, maar hij begrijpt niet dat een dergelijk verlangen veronderstelt dat je weet wie of wat God is, een houding die de dood is van het mysterie of 'het wonder' dat juist vanwege zijn ongebonden raadselachtigheid de ontkenning van het machtsdenken is.

Weten, anders gezegd, heeft binnen de gnostiek niet de bedoeling God te definiëren en in aan de machthebber gebonden wetten te vangen, maar streeft juist het tegendeel na: God ontdoen van elke definitie die de theocraat eraan probeert te verbinden, zodat de gnostiek de vanzelfsprekende vijand is van al die grote, protserige Messiasbeelden die binnen het joods-christelijke (lees: Messiaanse) denken bestaan.

Wie de eenvoud dient (en daarmee het mysterie of het wonder of hoe je ook wilt noemen), die zal nooit de behoefte voelen een ander te onderwerpen, ook niet wanneer hij als eenvoudig mens plaats neemt op een gouden troon.
Eenvoud kan overal bestaan en kan door iedereen verdedigd worden, zelfs door iemand met een gouden kroon - omdat een kroon 'symbool' kan zijn en als zodanig een eenvoudige uiting van een door en door eenvoudig, en juist daarom uitermate raadselachtig, wezen, dat in al zijn eenvoud 'mens' kan worden genoemd.

Een keuze maken voor humanistische eenvoud is de gewoonste zaak van de wereld binnen een liberale wereld waarin eenvoudige mensen gerespecteerd worden, maar wordt gezien als een schande in een vals-moralistische de wereld waarin de mens 'God' wil zijn, een theocratische wereld, waarin (in Bijbelse termen uitgedrukt) niet de boom van het leven, maar de boom van kennis van goed en kwaad centraal wordt gesteld.
De theocratie vernietigt altijd de onschuld van de mens. Ze schept een sadistisch-morele wereld waarin de valse, verdelende, heilig verklaarde moralist, die zichzelf tot 'God' heeft uitgeroepn, al zijn negatieve driften en lusten zonder enige morele remming (hij is immers 'goed'...) af mag reageren op 'de mens-geworden God': de humanist die kiest voor het niet-heilige, volledige leven.

Ketters blijven in een theocratische wereld altijd ketters.
Het enige verschil met vroegere ketterjachten in de menselijke geschiedenis is dat we mensen die een thocratisch wereldbeeld afwijzen niet langer 'ketter' noemen... We noemen ze immoreel, onaangepast ,anarchist, of antisemiet, of ouderwets... En als dat allemaal niks uithaalt dan roepen we heel gewoon: 'tsjongejonge..., is die even gek...."

Wim Duzijn, Zwolle 2017