Woede is de drijfveer van de dichter. Een vijand van alles wat mensen afhoudt van hun zelfwording. Verbeten vecht hij voor een klimaat waarin mensen zich kunnen ontplooien. Overdag is hij fabrieksarbeider, maar zijn avonden zijn gevuld met theosofie, filosofie, yoga en oosterse mystiek. Als hij merkt dat zijn wijsgerige bezigheden hem van de realiteit verwijderen zegt hij zijn baan op en gaat hij zwerven.
Zijn leven temidden van degenen die zich ophouden aan de zelfkant van de maatschappij is niet bevredigend. Hij volgt een opleiding aan de Sociale Academie en daar maakt hij kennis met de "linkse" beweging. Hij denkt na over opstandstrategieën en hij verandert; de maatschappij blijft hetzelfde. Na zijn huwelijk vestigt hij zich als boer in Frankrijk, waar hij leeft van de groente die hij zelf verbouwt. Als de natuur minder overvloedig is dan hij verwacht laat hij zijn vrouw en zijn vee achter en is hij voor korte tijd opnieuw een zwerver, ditmaal van de poolcirkel tot in het westen van Turkije.
Terug in Nederland herinnerd hij zich zijn Sociale Academie-verleden en stort hij zich in groepsprocessen. Omdat hij inziet dat de problemen van zijn pupillen maatschappelijk bepaald zijn, neemt hij afscheid van hen en beraadt hij zich op structurele veranderingen.
Na vijfendertig jaar zoeken heeft de dichter zijn evenwicht hervonden. Enerzijds in survival activiteiten en anderzijds door zijn rechten studie welke hem inzicht geeft in de menselijke mogelijkheden. De laatste jaren kent men hem als gedreven adviseur. Maar regelmatig trekt hij zich terug om zijn diepste gevoelens in verzen te verwerken. Zijn gedichten en columns zijn verzamelingen van beelden, waarbij het kan voorkomen dat een enkel woord jaren dichterlijke ervaring dekt. "Ogendauw" is daarvan een voorbeeld.
Ogendauw
Ik blaas mijn oor op
En u zult wenen
Ik zal de wildernis ingaan
Voor rozen, ogendauw
Zal ik mij geven
Tot ik word als Job
Apocalypsis
De jaarringen van mijn voorhoofd onthullen reeds de staat van mijn verdroging. Gekluisterd aan het raderwiel der tijd beknellen mij geen ijzeren banden met de toekomst meer. En zo geniet ik dan de zalving van de jaargenoten. Immers, met zo veel jaren belast reikt mijn toekomstigheid niet verder dan de urn der sprakeloosheid. Het zij zo! Wars van geluid maar denkend aan de dood, besef ik, dit is het seizoen der kille morgens. De nevel sluipt door kier en raam en voert het duistere tuig mee dat alom angst verwekt.
Zo valt mij nu ineens het dreunen op en de paniek die zich van de mensen meester maakt. Ver weg zie ik een boeket oranje tulpen opensplijten. Het blijft volhardend dreunen bij het openbarsten van de vonkende boeketten. Men sluit geschrokken de vensters en de deuren. Het aanhoudend dreunen noopte mij de meditatie te verlaten, om mij heen besef ik de onstellende vernieling die mij doet denken aan de oven van de Balkan, aan de geschiedenis der eeuwige ellende.
Ik zie een mensheid, niet bestand tegen de creativiteit van de eigen geest. Zover mijn blik reikt neem ik de fanatieke drift tot destructie waar. Ik zie hoe de veilige behuizing van kerk en religie verlaten wordt en plaats maakt voor een apocalyptisch gedrocht dat zich in stand houdt door zich van ethiek en moraal te laxeren. Dit wordt een wereld van vergelding en van puin. Ik roep: "Zie de onschuldigen", ….. als ik kinderen zie die kinderen in jutten zakken de straat op slepen. De dode ogen glanzen nog. Op het hellend voetpad schuiven de hoofden uit de zakken over de granieten straatrand en bonzen in de goot. Dode poppen, pijnlijk kerft hun gebroken leven in mijn ziel. Een wolk devotieprentjes dwarrelt naar omlaag.
Weg van de werveling van plicht en tijd.
Binnen een bloeiende cultuurperiode wordt de kunst, het werk van de artiest, kunstenaar en intellectueel (niet de geldhiërarchie dus) als het ware, het goede en het schone aangemerkt. In zo'n tijd is de waarde van het leven in de gemeenschap door de cultuur bepaald. Kunstenaars en intellectuelen zijn daar de dragers van een geestelijke rangorde en zij doordringen vanuit hun vrijplaats de democratie met hun cultuur, scheppen deze zelfs. Zodra zij het recht verliezen nutteloos te zijn, stort de maatschappij in.