|
| |
De horoscoop van
Friedrich Nietzsche,
geboren in
Röcken (Lutzen), op 15 oktober 1844,
's morgens rond 10 uur.
|
|
Ego-bepalende invloeden
Zon in het teken Weegschaal,
Maan in Boogschutter, Ascendant in Boogschutter.
De vrouwelijke planeten Maan en Venus dominant geplaatst, evenals de strijdlustige, anti-intellectuele planeet Mars, de planeet van de strijd en de oorlog.
Partnerhuizen - Alter-Ego:
scheppers van ideaalbeelden
huis 2 in Steenbok (streng, zakelijk, afstandelijk, de kluizenaar)
huis 7 in Tweeling (de intellectueel, de communicator)
huis 11 in Weegschaal, met Zon en Mercurius (de genieter, de vrolijke wetenschapper)
Nietzsche & De Drie Koningen
Wie op de hoogte is van de grote invloed die in de oudheid werd toegekend aan de drie planeten Maan, Jupiter en Saturnus (ze werden de koninklijke planeten genoemd) die zal er zich over verbazen dat uitgerekend in de horoscoop van een man die in religieuze kringen wordt afgeschilderd als een demon, een 'prins van de duisternis', deze drie planeten een hoofdrol spelen via het ascendantteken en de tweede huis positie (het tweede huis wordt het alter-ego of tweede-ik-huis genoemd, het teken dat bij de partner hoort, maar dat zo dicht bij het eigen ik staat dat het een zielsverbintenis met de ander mogelijk maakt).
Het ascendanthuis wordt beheerst door de planeten Jupiter (ascendant in Boogschutter) en Maan (Maan geplaatst in huis 1).
Het alter-ego-huis (huis 2) wordt in sterke mate beheerst door de planeet Saturnus (Steenbok heerser van het huis en Saturnus in huis 2 geplaatst).
Omdat Jupiter het optimisme vertegenwoordigt, de wil in alles het positieve te zien, ontstaat er een vreemde tegenstelling in het karakter, aangezien het alter-ego-huis wordt gedomineerd door de strenge, zwaarmoedig stemmende planeet Saturnus, die een lange tijd nodig heeft om het pessimisme van zich af te werpen.
Zowel de planeet Jupiter als de planeet Saturnus komen op een uitgesproken wijze tot hun recht in het literaire en filosofische werk van Nietzsche, maar minder goed is het gesteld met de invloeden van de vrouwelijk makende planeten Maan en Venus.
In het werk van Nietzsche manifesteert zich een sterk verzet tegen de zwakke, vrouwelijke kant van zijn karakter. Die zwakte projecteert hij in het christendom, dat hij verwijt via het benadrukken van het medelijden en de zachtmoedigheid de vitale impulsen in de mens te doden.
De angst voor de vrouwelijkheid zit ingebakken in de Westerse joods-christelijke cultuur en daarom zou je Nietzsche, ondanks zijn scherpe aanvallen op het christendom, een ware vertegenwoordiger van de ontvrouwelijkte Westerse anticultuur kunnen noemen, een angstige kleinburger die niet in staat is de vrouwelijke invloeden die in het eigen karakter zo sterk aanwezig zijn te accepteren.
Maan en Venus-invloeden horen een zekere mate van decadentie in het leven te roepen, de fluwelige sfeer van androgyne mannen die het als hun taak zien een gevende rol in het leven te spelen.
Alleen in het literaire meesterwerk Zaratroestra wordt de gevende taak van de wijs geworden mens benadrukt. Daar verkondigt de schrijver en visionair Nietzsche het ideaal van de gevende mens die na zijn terugkeer in de maatschappij iedereen laat delen in de vruchten van zijn geestelijke arbeid - een beeld dat hoort bij het Oosterse ideaal van de Bodhisattva, de wijsheidsleraar die zijn eigen verlichtingsproces (ten koste van een mateloos lijden) uitstelt, om de wereld in staat te stellen mee te delen in zijn verlichtingsproces.
|
|
|
|