![]()
|
|
Wim Duzijn - Zwolle - Holland |
|
'In een eenheids-ervaring voldoet slechts Carl Gustav Jung |
|
Een van de weinige Nederlanders die de moed durfden op te brengen aandacht te besteden aan wat 'de Hollandse theoloog' en 'de Hollandse sociaal democraat' gevaarlijke ketterij noemen (zij zelf dienen 'God' en 'Het Grote Geld') was de in het jaar 2006 overleden hoogleraar GILLES QUISPEL, een man die in de jaren vijftig verguisd werd zowel door zowel links (De Groene Amsterdammer verbasterde zijn naam tot 'Quispeldoor' - een kwispeldoor is een spuugbak) als rechts (het industriële genootschap rondom Prins Bernhard, dat alle vormen van tegen het kapitaal gerichte vrijheidsliefde veroordeelde).
Centraal in het werk van Quispel staat de 'Gnosis', een in de tweede eeuw van onze jaartelling ontstane beweging van christenen die uitgingen van de vrije mens en pleitten voor een niet-autoritaire en ondogmatische beleving van het jonge christendom.
"Quispel smokkelde in 1956 een fotokopie van het Evangelie van Thomas, een van de belangrijkste teksten uit de Nag Hammadi-collectie, het land uit. Nog in 2004 bracht hij een herziene vertaling uit het Koptisch van het evangelie uit. Lees verder: Quispel & de Gnosis |
De Bhagwan & ReligieDat ketterse vormen van spiritualiteit in dit land niet hoog worden aangeslagen blijkt uit de afwijzing van het gedachtegoed van een man die alleen maar daarom belachelijk werd gemaakt omdat hij precies datgene afwees wat de dames en heren sceptici alle jaren door hebben afgewezen: ARMOEDE.De BHAGWAN (Shree Rajnees) - want daar wil ik het in dit webgedeelte over hebben - was dol op luxe. Je mocht van hem weliswaar geen geluk zoeken (de waarheid dient het hoogste goed te zijn), maar de man leed er bepaald niet onder dat hij door zijn volgelingen op een met zachte, donzige goudstukken gevulde matras werd neergelegd. Sommige mensen hebben dat geluk. Ze verkondigen weliswaar de boodschap dat je geen geluk moet zoeken, maar op de een of andere geheimzinnige wijze worden ze via het afwijzen van gelukzoekerij zelf heel erg gelukkig.
Volgens de Bhagwan ligt de verklaring voor dat mysterie bij wat hij 'de strijd voor de waarheid' noemt. Alleen de waarheid is belangrijk. "Als je de waarheid bereikt", stelt hij, "komt het geluk vanzelf; het is een schaduw, het komt samen met de waarheid." Wie consequent de waarheid zoekt kan dus gelukkig worden, maar zeker is dat natuurlijk niet, omdat er heel duidelijk verschil wordt gemaakt tussen 'zoeken' en 'bereiken'. Geluk mag voor een zoeker hooguit een bijproduct zijn, maar wie de waarheid gevonden heeft die ontdekt dat wat bijproduct was bijzonder prettig kan zijn. Niet een erg bevredigende redenering lijkt me zo, want je kunt je afvragen hoe een arm en eenzaam persoontje dat de waarheid spreekt in een liegende wereld die het verkondigen van de waarheid als een schande ervaart ooit een belangrijk personage kan worden zonder een kring van bewonderende en geld schenkende aanhangers om zich heen. Wel een boodschap die het eigen bestaan rechtvaardigt: een wereld vol mooie, dure, luxe auto's waarin de leider zich als een soort godheid rond laat rijden, wuivend en zwaaiend en ons deftig voor houdend dat het niet om 'geluk' maar om 'de waarheid' gaat, precies datgene wat de Nederlandse sceptische gemeenschap ook doet, want de gemiddelde Hollandse waarheidverkondiger kan alleen dan de gemeenschap een serieuze boodschap brengen wanneer hij zelf immens gelukkig is: twee of drie huizen bijvoorbeeld, een paar auto's, een bootje in de jachthaven, en natuurlijk een aantal kinderen dat kleinkinderen in het leven dient te roepen die ervoor dienen te zorgen dat de ouwelui op hun oude dag als een stel seksloze pedofielen op kinderjacht kunnen gaan. Heel sceptisch natuurlijk, dat wel, maar wel in dienst van die mooie, grote, eeuwig schitterende waarheid. Waarmee ik alleen maar wil zeggen dat het begrip 'waarheid' een tamelijk relatief gegeven is, precies zoals dat vreemde woordje 'geluk', zodat je maar beter de boodschapper zelf aan het woord kunt laten om te kunnen achterhalen in hoeverre zijn waarheid ingepast kan worden in een persoonlijke wereld waarop het etiket 'eigen waarheid' kan worden geplakt...
"De mens heeft de moraal geschapen", stelt de Bhagwan in de aan uitspraken van Jezus gewijde bundel 'Het Mosterdzaad', "God lijkt amoreel. Het hele bestaan is amoreel. Amoreel betekent geen van beide of alle twee. Als je naar Jezus gaat met een moralistische houding, loop je hem mis...
Wat opvalt is dat de Bhagwan het begrip religie loskoppelt van het kleinburgerlijke begrip 'heiligheid'. Een heilige is in zijn ogen te pretentieus met het bestaan bezig. Hij wil bewijzen dat hij 'goed' is, hetgeen volgens de Bhagwan een onmogelijke taak is omdat 'goedheid' een eigenschap is die thuishoort bij God. "Noem me niet goed", zegt Jezus in het evangelie, "want alleen God is goed."
Lees verder: De Bhagwan & Het MosterdzaadSkepsis: Van leraar tot God Dat er bij de waarheidsboodschap van de Bhagwan vraagtekens geplaatst kunnen worden toont het onderstaande tekstfragment aan, namelijk daar waar er op gewezen wordt dat de Bhagwan in staat werd gesteld zijn waarheid te verkondigen dankzij een stichting die in 1965 door enkele rijke Jains werd opgericht... Het geluk was, zo moet je concluderen, geen product van de waarheid (want de waarheid maakt geen goeroe van je), maar de waarheid was een product van het geluk: het gelukkige toeval mensen te ontmoeten die bereid waren een rare rebelse figuur financieel te steunen, waardoor zijn eigen persoonlijke waarheid werd uitgetild boven de anonimiteit en het grote vergeten waarmee de doorsnee waarheidzoeker het moet doen…
In 1955 slaagde Rajneesh voor zijn kandidaatsexamen filosofie en studeerde daarna gedurende twee jaar aan de universiteit van Saugur voor zijn doctoraal. Daar gedroeg hij zich rebels en onconventioneel en zat meer in de universiteitsbibliotheek of buiten in de natuur dan in de collegebanken. Hij maakte passiviteit tot een van zijn eerste principes. Vaak lag hij het grootste deel van de dag op zijn bed naar het plafond te staren en hij vond het ook niet nodig om zijn kamer op te ruimen. Na het behalen van zijn doctoraal in 1957 kreeg hij een baan als docent filosofie aan het Raipur Sanskrit College. Maar hij raakte al spoedig in conflict met de directeur en werd overgeplaatst naar de universiteit van Jabalpur. Daar werd hij in 1960 tot professor benoemd. |