|
![]()
|
|
|
Er is in de mens een dubbele bron voor handelingen, |
De wereld volgens Doctor Frankenstein....
Frankenstein is de religieuze of Godgeworden mens (kleinburgerlijke religie, gezien als 'God willen beheersen', is de meest absurde vorm van arrogantie die denkbaar is), die een wereld wil bouwen, waarin uit gedeelten van lijken een 'nieuwe mens' wordt samengesteld.
De monsters van Frankenstein zijn daarom zo tragisch, omdat ze nooit kind zijn geweest. Echte religie is de vijand van het collectivismeHoewel het Jezusverhaal een helder, logisch opgebouwd spiritueel (gnostisch) verhaal is, dat voor al diegenen die zowel hart als verstand belangrijk vinden betekenisvol kan zijn, worden diegene die het verhaal op een moderne eigentijdse wijze willen hervertellen (bijvoorbeeld door gnosis te koppelen aan het met de realiteit worstelende existentialisme, zoals gnosiskenner Hans Jonas dat heeft gedaan) voortdurend gehinderd door vals-autoritaire machtaanbidders die op directe of indirecte wijze het dogmatische onzinverhaal van 'de uit een maagd geboren god Jezus' tot waarheid hebben uitgeroepen, een verhaal dat in zijn volkse (aan de intuïtie appelerende) gedaante geestverruimend kan werken, maar dat in zijn dogmatische (theologische) gedaante weinig meer is dan een religieus-theocratische poging de mens zijn individualiteit af te nemen - en daarmee zijn vermogen een liefdesband aan te gaan met een concrete 'mens -of individu- geworden ander'.Vandaar dat op deze site de volkse, individualistische symboliek voortdurend tegenover de starre dogmatiek van de collectivisten wordt geplaatst: mensen die zozeer verslaafd zijn aan de macht dat ze vergeten dat de basisrechten van de mens hele doodgewone individuele rechten zijn die in een collectivistenwereld worden opgeofferd aan de rechten van 'de sterken': diegenen die mystieke enkelingen zichzelf laten doodlopen op de betonnen muur van het liefde ontkennende collectivisme, waarvan in het evangelie de hogepriester Kajafas de spreekbuis geworden is:
49 En een uit hen, namelijk Kajafas, die deszelven jaars hogepriester was, zeide tot hen: Gij verstaat niets; |
|