Boodschap op een midzomeravond
Gisteravond speelde Maarten nog op het grasveld bij het nieuwe museum.
De zon scheen tot negen uur en 's nachts was er het huiveringwekkende lied van de volle maan.
Ik zat daar alleen om naar hem te kijken.
Zuiver stemden we ons op elkaar af.
Hij gaf een aanvallige kopstoot tegen de bal.
Een van zijn bretellen gleed omlaag over zijn schouder.
Zijn lach bloeide open.
Het was als de belofte van een lange zomerdag.
uit: Brieven van de troubadour
uitgegeven door De Bezige Bij - Amsterdam
|