De term gnosticisme is afgeleid van het Griekse woord 'gnosis' (weten, kennis, soms ook 'geopenbaarde kennis').
Het gnosticisme stelt zijn aanhangers rationele, objectieve kennis van de goddelijke werkelijkheid in het vooruitzicht.
Die kennis kan men niet zelf ontdekken, omdat men de gevangene is van een duistere, onredelijke wereld, maar die kennis zal geopenbaard worden door een verlosser. De verlosser is weliswaar zelf ook een gewoon mens (in Oosterse wijsheidsleren spreekt men over Boeddha's of Bodhisattva's), en daarom een gevangene van het systeem, maar hij bezit het vermogen de negatieve invloeden (astrologen wijzen op negatieve planeetinvloeden - W.F. Hermans spreekt over 'sadistisch universum') te weerstaan, waardoor hij in staat is de kennis die hij zichzelf toegeëigend heeft door te geven aan anderen. Daarom wordt er van hem gezegd dat hij de wereld heeft overwonnen (zichzelf als onschuldig mens niet heeft laten overweldigen door het kwaad).
Traditionele teksten (die nuchter taalgebruik veelal schuwen) geven de volgende verklaring: "Deeltjes van het Goddelijke Wezen kwamen terecht in de duistere materiële wereld die doortrokken is van het kwaad, en ze werden daar gevangen gezet in het menselijke lichaam, dat stom en willoos de bevelen van het kwaad opvolgt. Wanneer deze goddelijke lichtdeeltjes tot leven worden gewekt door de kennisname van de gnostische boodschap, kunnen ze een transformerende werking uitoefenen, die ertoe kan leiden dat de mens zich niet langer blindelings uitlevert aan het domme, onwetende kwaad..."
Hoewel alle gnostische bewegingen uitgingen van dezelfde basisgedachte: bewustwording dankzij de redelijke onverzettelijkheid van een gevangen gezette verlosser, hielden ze er veelal nogal verschillende levensstijlen op na, die varieerden van strenge, puriteinse ascese tot uitbundige vormen van vrijdenkerij.
De opvatting dat het lichaam en de materiele wereld slecht waren had soms een totale verwerping tot gevolg van alles wat niet 'geestelijk' of 'vergeestelijkt' was. Vrije vormen van sexualiteit, maar ook gezinsvorming werden verboden, omdat dergelijke 'laag-bij-de-grondse' zaken de geestelijke bevrijding zouden verhinderen. Andere gnostisci beweerden juist het tegenovergestelde: Zij stelden dat het volstrekt niet uitmaakt wat een mens doet, omdat de menselijke ziel niets met de wereld om ons heen te maken heeft.
In het algemeen kan gezegd worden dat alle gnostici fervente tegenstanders zijn van de morele geboden die ons worden aangereikt door het Oude Testament. Dat Oude testament wordt gezien als een onderdeel van een duister moralistisch plan om de mensheid in een toestand van eeuwige slavernij te brengen, om zodoende al diegenen die een op vrijheid en humanisme gebaseerd bestaan voorstaan te kunnen vernietigen .
Hoewel het gnosticisme op een wrede wijze door religieuze machthebbers werd (en wordt) onderdrukt, zien we dat in de geschiedenis er regelmatig nieuwe verschijningsvormen van opduiken, zoals het 'Manicheisme' , de ketterijen van de Albigenzen, de Kabbala, de alchemistische bewegingen in de Renaissance; de 19te-eeuwse theosofie; het 20e-eeuwse existentialisme en nihilisme; en de geschriften van de 20e-eeuwse Zwitserse psycholoog Carl Jung.
De kerngedachte van het gnosticisme heeft men nooit uit kunnen wissen: de opvatting dat de innerlijke geest van menselijkheid bevrijd moet worden uit de greep van een repressieve, door valse moralisten geregeerde wereld, die in diepste wezen, slecht, onderdrukkend en onmenselijk is - vooral daarom, omdat zij haar collectieve slechtheid af wil wentelen op (gemarginaliseerde) tot zondebok uitgekozen onschuldige mensen.